Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

zone - (gebied)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

zone zn. ‘gebied’
Vnnl. zona ‘aardgordel’ in passeerende van de Zona frigida in de ghetemperde Zona ‘overgaand van de koude zone naar de gematigde zone (d.w.z. passerende de Noordpoolcirkel)’ [1595; WNT], Zone, riem, zwachtel, bandt, gordel, luchtstreeck [1654; Woordenschat]; nnl. zone ‘aardgordel’ [1824; Weiland], daarna ook algemener in diverse vakgebieden voor ‘min of meer ringvormig oppervlak’ [1861; iWNT], ‘afgebakend gebied van willekeurige vorm’ in als de prijs ... voor elke zone dezelfde blijft [1890; iWNT].
Ontleend, in de oudste betekenis rechtstreeks, later via Frans zone ‘afgebakend gebied’ [1588; TLF], eerder al ‘aardgordel’ [1119; TLF], aan Latijn zōna ‘aardgordel; gordel’, ontleend aan Grieks zṓnē ‘id.’.
Grieks zṓnē is afgeleid van het werkwoord zōnnúnai ‘omgorden’, bij de wortel pie. *ieh3s- ‘id.’ (LIV 311).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

zone [streek] {zona 1595, zone 1614} < frans zone < latijn zona [gordel (van kleding), hemelgordel, aardgordel] < grieks zōnè [gordelriem].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

zone znw. v., jong internationaal woord ontleend aan lat. zona, gr. zṓnē ‘gordel’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

zone znw. Jong internationaal woord. Uit gr.-lat. zôna “gordel”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

zone v., gelijk Fr., Eng., Hgd. id., uit Lat. zona, van Gr. zṓnē = gordel, verwant met zugón: z. juk.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

zone (Latijn zona of Frans zone)

P.H. van Laer (1964), Vreemde woorden in de sterrenkunde, 2e druk, Groningen

Zone ( = Lat. zona; = Gr. ζώνη (zoonè) = gordel; aardgordel, lucht- of hemelstreek).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

zone ‘streek’ -> Indonesisch zona ‘streek’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

zone streek 1595 [WNT] <Frans of Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal