Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

zonderling - (vreemd, excentriek)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

zonderling bn. ‘vreemd, excentriek’
Mnl. sonderlinghe (bw.) ‘afzonderlijk, in het bijzonder, bovenal’ en sonderlinc (bn.) ‘afzonderlijk, apart’ in Bouen al desen moten si sonderlinge bedinge doen ‘bovendien moet ze een apart gebed opzeggen’ [1236; VMNW], Gi selt se sonderlinge laten Deelechtech wesen an dat goet Dat gi met vrien wille doet ‘u moet haar vooral laten deelnemen aan het goede dat u vrijwillig doet’ [1265-70; VMNW], Dat hijs ... sonderlinc gewach Dede ‘dat hij het speciaal vermeldde’ [1265-70; VMNW]; vnnl. sonderling (bn.) ‘afzonderlijk, apart’ in in drie sunderlinge geluden ‘in drie afzonderlijke klanken’ [ca. 1505; WNT], ‘alleen aan één persoon of zaak behorend, eigen’ in Dat elcke schijff mit een sonderlinge merck geteykent zal wesen [1514; WNT] en ‘bijzonder, speciaal’ in Sonderlinghe visschen inden Tyber [1552], ‘raar, vreemd’ in 't Is een sonderlingh verstant met dat volck ‘het is moeilijk te begrijpen dat volk’ [1644; WNT]. Nnl. zonderling, ook zelfstandig gebruikt ‘iemand die zich niet houdt aan de sociale regels van de samenleving’ in men zal u eenen genialen zonderling noemen [1837; WNT].
Afleiding met het bijwoordelijk achtervoegsel mnl. -lingh(e), zie → -ling(s) van het bn. en bw. sonder ‘apart, afzonderlijk’, dat in het Middelnederlands al vrijwel geheel verouderd was, maar wel voorkwam in de andere Oudgermaanse talen, zie → zonder, en bovendien nog duidelijk herkenbaar is in de afleiding mnl. besonder ‘id.’, zie → bijzonder.
Bij het bijwoord mnl. sonderlinghe ‘afzonderlijk, in het bijzonder, bovenal’ ontstond al vroeg een bn. sonderlinc ‘afzonderlijk, apart, bijzonder, speciaal’. De bijwoordelijke betekenis is in de loop van de tijd verouderd, terwijl de betekenis van het bijvoeglijk naamwoord verschoof naar ‘raar, vreemd, excentriek’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

zonderling* [vreemd] {sonderlinge, sunderlinge [afzonderlijk, in het bijzonder, speciaal, op buitengewone wijze] 1236} van zonder.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

zonderling bnw. Sedert ’t Mnl. Mhd. Mnd. Ofri. De bet. “vreemdsoortig” ontwikkelde zich uit de mnl. bet. “afzonderlijk, afgescheiden, zich onderscheidend van anderen”. Als znw. nog niet bij Kil. of mhd. mnd.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

sonderling: buitengewoon, eienaardig; Ndl. zonderling (Mnl. sonderlinge naas sonderlinc, albei met wv., by Kil sonderlinck/sonderlingh), eers later in Ndl. as s.nw., vgl. Kem WFA 427.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Zonderbaar is letterlijk: wat zich zonder of alleen draagt, voordoet, dus: iets zeldzaams, vreemds, wonderlijks, evenals zonderling: een wonderlijk persoon; dit zonderling bet. vroeger: bijzonder. Vgl. ’t Mnl.: „Hi quam enen sonderlinghen pat” = een afzonderlijk, bijzonder pad. Dit bijzonder staat voor: bi of bij sonder, waarin zonder als z.n.w. afzondering bet.; het woord w.d.z.: bij afzondering, en dus: in ’t oog vallend; bijv.: hij is bijzonder blij.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

zonderling* vreemd 1605 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut