Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

zomp - (moerasland)

Etymologische (standaard)werken

Michiel de Vaan (2014-2018), Addenda EWN, gepubliceerd op www.neerlandistiek.nl"

zomp zn. ‘moeras’
Oudnederlands Sumpel onbekende plaats in Zeeland, letterlijk ‘kleine zomp’, bij Cadzand (1171), Middelnl. die zompe veldnaam ‘moeras, poel’ (1266), in de sumpe (1289), beide in West-Vlaanderen, vanden somple toenaam afgeleid van een toponiem (1280), in enen diepen tsomp (Brabant, 1390–1410), sumpich ‘moerassig’, verckensump ‘varkenspoel’, watersomp ‘moeras’ (1477). Nieuwnl. sompe (1599), somp (1630–1634) ‘poel, drassige plek’, sompelinghe ‘poel’ (1567), sompigh ‘moerassig’ (1599). In moderne noordoostnederlandse dialecten zomp ‘voer- of drinkbak voor het vee’.
Verwante vormen: Mnd. sumpt, zump m. ‘moeras; baktrog’, Oudhoogduits sunft, sūft, sumff ‘moeras’, Mhd. sumpf m. ‘moeras’, sumpfel ‘vloeibare maat’, Nhd. Sumpf ‘moeras’, Middelengels sump ‘moeras’, MoE sump ‘natte laagte in een mijn of grot’. Deze woorden gaan terug op Westgermaans *sumpa- m. ‘moeras’. Het hangt samen met zwam, dat uit PGm. *swamba(n)-, *swampa- komt en als basisbetekenis ‘spons’ had, vanwaar vaak ‘paddestoel, zwam’: Gotisch swamms ‘spons’, Oudnoors svǫppr ‘zwam’ (*swampu-), Ohd. swam(p) ‘zwam’, Engels swamp ‘moeras’. Dat laatste woord laat een betekenisovergang van ‘spons’ naar ‘sponsachtige grond’, ‘moeras’ zien.
Voor zwam reconstrueert Kroonen (2013: 495) een Proto-Germaanse n-stam met wisseling tussen b en p aan het stameinde: nom. *swambō, genitief *swamp(p)az, uit een oudere vorm *swombh-n- waarvan onzeker is of die op het Proto-Indo-Europees teruggaat (Kroonen denkt eerder aan een Europees substraatwoord). In ieder geval kan WGm. *sumpa- als nultrap bij dit woord horen, dat dan de ablautvarianten *swombh-n- naast *sumbh-n- had; de nultrap *-u- en de stemloze *-p- van zomp passen bij de variant *sumbh-n- die we bijv. in de genitief zouden verwachten.
[Gepubliceerd op 02-06-2016 op Neerlandistiek.nl]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

zomp2* [moerasland] {in de vroegere Zeeuwse plaatsnaam Sumpel 1177-1187, somp, tsomp 1400} verwant met zwam.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

zomp ‘moerasland’ -> Engels sump ‘moeras; beerput; zinkput’; Deens sump ‘moerasland’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors sump ‘moerasland’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds sump ‘moerasland, onderwaterbassin voor vissen en kreeften’ (uit Nederlands of Nederduits); Fins sumppu ‘onderwaterbassin voor vissen en kreeften’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

zomp* moerasland 1177-1187 [Claes]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut