Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

zog - (moedermelk; kielwater)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

zogen ww. ‘laten zuigen’
Mnl. sogen ‘laten zuigen, i.h.b. van moedermelk’, in de vorm soken [1240; Bern.], in si soghen als die coe pleghet ‘zij geven melk zoals de koe doet’ [1287; VMNW].
Os. sōgian (mnd. sögen); ohd. sougen (nhd. säugen); < pgm. *saugijan- ‘doen zuigen’. Causatief bij het sterke werkwoord → zuigen. In het Fries is het oorspronkelijke ww. (ofri. *sēia) waarschijnlijk verscholen in saaier ‘lam dat met de fles gezoogd moet worden’.
zoogdier zn. ‘dier dat zijn jongen zoogt, klasse Mammalia’. Nnl. zoogdier [1811; WNT]. Samenstelling van de stam van zogen en → dier, mogelijk gevormd als leenvertaling van Duits Säugetier ‘zoogdier’, dat in 1782 geïntroduceerd schijnt te zijn door de Duitse zoöloog Johann Friedrich Blumenbach (1752-1840). ♦ zog zn. ‘moedermelk; kielwater’. Mnl. soch ‘moedermelk’ in der vrouwen soch ‘de moedermelk van de vrouw’ [1287; VMNW]; vnnl. zog ‘kielwater’ in daer ginck soch achter uyt [1622; WNT], latende zog achter zich, als een groot schip [1746; WNT], tegenwoordig veelal in de samenstelling kielzog [1832; iWNT]. Afleiding van de wortel van zogen. Oorspr. een abstractum met de betekenis ‘het zogen, het zuigen’. Hieruit hebben de twee belangrijkste Nederlandse betekenissen zich onafhankelijk van elkaar ontwikkeld. Zog ‘kielwater, spoor van een voortbewegend schip’ is genoemd naar de zuigende kracht die het water uitoefent op alles wat zich in dat spoor bevindt.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

zog* [moedermelk] {soch, zoch [het zuigen, moedermelk] 1287} middelnederduits soch, middelhoogduits soc, suc; van zuigen, zogen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

zog 1 znw. o., mnl. soch o. ‘het zog, het zuigen of zogen’, mnd. soch o. ‘het zuigen, zog’, mhd. soc, suc ‘het zogen, zoogtijd, sap’. — Afl. van zuigen. — In de bet. ‘kielwater’ hetzelfde woord: het water dat achter het schip meegezogen wordt.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

zog znw. o., mnl. soch (gen. sōghes) o. “het zog, het zuigen of zoogen”. = mhd. soc, suc (m. o.?) “het zoogen, zoogtijd, sap”, mnd. soch o. “het zuigen, zog”. Bij zuigen, evenals mhd. souc m. “sap”, lat. sûcus “id.”. — zog o. (kielwater) is ’t zelfde woord.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

zog 2 o. (melk), Mnl. soch, van denz. stam als ʼt meerv. imp. van zuigen.

zog 3 o. (kielwater), evenals zog 2, van zuigen: het varend schip zuigt, om zoo te zeggen, het water mee.

Thematische woordenboeken

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Zog of kielzog (In iemands) varen, achter iemand drijven, zijn spoor volgen, zonder eigen meening of initiatief. Eig. zich in een klein bootje laten mede voortstuwen op den achter een groot schip zich vormenden trek in het water, dat zog (van zuigen), of naar de kiel van het schip, kielzog genoemd wordt. Tuinman, Spreekw. 1, 144 zegt: “’t Is ontleent van de varende schepen, die ’t water als na zich zuigen, en ’t geen er in dien stroom is, nasleepen”.

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Zog (kielzog) van zuigen: het schip zuigt het water mee.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

zog* moedermelk 1287 [CG NatBl]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

2656. In iemands zog (of kielzog) varen,

d.w.z. iemands gemaks- of voordeelshalve volgen; het zog is het spoor, dat het schip in het opborrelend water achterlaat, het kielzog, of zooals Halma, 812 verklaart ‘het water dat een vaarend schip gelijk als na zig trekt’. Komt men daarin, dan vaart men dus vlak achter het voorafgaande schip dat den weg baant, en volgt men dit; men wint dan aan snelheid, doch ten koste van den voorganger.De Zee, 1922, bl. 621. Vgl. Winschooten, 269: in iemands sog vaaren: iemand hinderlijk zijn ‘want hoe veel meer swaarte een schip naa sig sleepen moet, hoe het te minder vaart kan maaken’Ook Sewel, 933 hecht er, hoogstwaarschijnlijk in navolging van Winschooten, deze beteekenis aan.; Brederoo, Klucht v.d. Koe, 266: Siet, broertje, dat is gang, volght gy so wat stijfjes in myn sock; Vondel, Lucifer, 1233: Heer Stedehouder, ay, aenvaert dien heirstaf toch en hanthaef 't heiligh Recht: wy volgen in uw zogh. Tuinman I, 414 hecht er evenwel een anderen zin aan nl. ‘van ymant mede gevoert worden, hem op 't spoor volgen’, en voegt er deze verklaring aan toe: ‘'t is ontleent van de varende schepen, die 't water als na zich zuigen, en 't geen er in dien stroom is, nasleepen’. Dezelfde verklaring geeft ook Van Eijk I, 165. Vgl. nog Harreb. II, 505 a; Nkr. VIII, 7 Febr. p. 4: De Beaufort zelfs vaart in Pieter Jelles' zog; 26 Sept. p. 4: Zoo vaart Colijn, de brave, in 't keizerlijke zog; De Arbeid, 17 Januari 1914 p. 1 ik. 2: Zoo drijvende in het kielzog van anderen, streden zij den strijd mede; 19 Dec. 1914 p. 3 k. 1: Zoo komen de modernen en S.D.A.P.-ers langzamer hand in het kielzog der onafhankelijken; Nw. School, IV, 176: Ik vaar niet heelemaal in zijn zog, al ben ik een Laarman-vereerder. Ik heb wel degelijk mijn aanmerkingen. In het eng. to follow (or to sail) in a person's wake. Hiernaast iemand in zijn zog meesleepen in Het Volk, 27 Juli 1915 p. 1 k. 2: Maar de stokebranden, die de weerbaarheidsmannen in hun zog meesleepen, kunnen opnieuw beginnen met het hart van den Hollandschen doorsneeburger te vervullen van vrees voor Duitschlands annexatieplannen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut