Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

zoet - (roet)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

zoet2* [roet] {soet, zoet 1201-1250} engels soot, oudnoors sót [roet], oudiers suide, frans suie, is verwant met de stam van zitten, sederen en betekent dus ‘dat wat neergeslagen is’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

zoet 2 o. (roet), Mnl. soet + Ags. sót (Eng. soot), On. sót (Zw. id., De. sod) + Oier. suide, Osl. sažda, Lit. sůdžei: het bevat den verlengden st. gr. van den wortel van zitten (zat, zoet), en bet. dus: wat zich neergezet heeft, dépôt (z. roet). Uit Kelt. Fr. suie.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut