Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

zintuig - (orgaan dat prikkels van buiten waarneemt)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

zintuig* [orgaan dat prikkels van buiten waarneemt] {1678} een jonge vorming, die vermoedelijk opzettelijk is gemaakt om betekenisverwarring met zin te voorkomen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

zintuig znw. o., nog niet bij Kil. Is — wsch. opzettelijk — gemaakt ter onderscheiding van zin in andere bett.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

zintuig ‘orgaan dat prikkels van buiten waarneemt’ -> Fries sintúch ‘orgaan dat prikkels van buiten waarneemt’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

zintuig* orgaan dat prikkels van buiten waarneemt 1678 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut