Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

zilver - (scheikundig element, edelmetaal)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

zilver zn. ‘scheikundig element (Ag), edelmetaal’
Onl. silver ‘zilver’ in also man irsuokit siluer ‘zoals men zilver toetst’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. silver, selver ‘zilver’; nnl. zilver.
Os. siluvar; ohd. silabar (nhd. Silber); ofri. selver, selover (nfri. sulver); oe. seolfor (ne. silver); on. silfr (nzw. silver); got. silubr; alle ‘zilver’, < pgm. *silubara-.
Verwant met: Litouws sidãbras, Lets sidrabs, Oudpruisisch sirablan; Oudkerkslavisch sĭrebro (Russisch serebró); alle ‘zilver’. Verder is in een Ibero-Keltische inscriptie het woord śilaPuŕ ‘zilver’ gevonden. Het gaat vrijwel zeker om een niet-Indo-Europees leenwoord, maar over brontaal en ontleningsroute bestaat onduidelijkheid. Wrsch. is het oorspr. een Semitisch woord, te vergelijken met Assyrisch ṣarpu ‘bewerkt zilver’. Volgens sommigen gaat het woord terug op de plaatsnaam (H)alybe (< *Salub-) in de Pontus, die door Homerus in de ‘Ilias’ als herkomstplaats van zilver wordt genoemd, maar dat is onzeker. Volgens Cowan (1971) gaat het om een leenwoord uit Proto-Baskisch *zilp(h)ar ‘zilver’ (nu zil(h)ar), dat op zijn beurt mogelijk via Noord-Afrika teruggaat op een oosters leenwoord.
Het woord voor ‘zilver’ in vele andere Indo-Europese talen, bijv. Latijn argentum, gaat terug op de wortel pie. *h2rg- (IEW 64-65).
Lit.: H.K.J. Cowan, “Prae-Indo-Europese relicten in de Nederlanden?”, in: LB 60 (1971), 159-98, hier 196-198; Vennemann 2003, 346-347

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

zilver [chemisch element] {oudnederlands, middelnederlands silver 901-1000} oudsaksisch siluƀar, oudhoogduits sil(l)abar, silbar, oudfries selover, silver, oudengels silofr, siolfor, oudnoors silfr, gotisch silubr; buiten het germ. litouws sidabras, oudkerkslavisch sĭrebro; het woord moet uit het Midden-Oosten stammen, waarschijnlijk < akkadisch ṣarpu [zilver, eig.: geraffineerd], van ṣarāpu [smelten, raffineren], vgl. hebreeuws ṣāraph [idem], arabisch ṣirf [onversneden].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

zilver znw. o., mnl. silver, selver, sulver, onfrank. silver, os. siluƀar, ohd. silabar, silbar (nhd. silber), ofri. selover, selver, silver, oe. seolfor, siolfor (ne. silver), on. silfr, got. silubr. — osl. sĭrebro, lit. sidãbras, lett. sidrabs, sudrabs, opr. siraplis.

Stellig een woord, dat van elders in de Europese talen gekomen is, vgl. assyr. ṣarpu; over de slavische talen naar het germaans gekomen meent Uhlenbeck PBB 20, 1895, 43; eerder wellicht door middel van het thracisch volgens Loewenthal PBB 49, 1925, 71; in elk geval uit Klein-Azië afkomstig (G. Ipsen, Fschr. Streitberg 1924, 229). — Het idg. woord voor ‘zilver’ was oi. rajatám, arm. arcatc, toch. A ārkyant, lat. argentum, oiers argat (vgl. gall. Argento-ratum) en met andere formatie gr. árgyros, illyr. argura-, afgeleid van de idg. wt. *arĝ ‘glanzend, witachtig’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

zilver znw. o., mnl. silver, selver, sulver (nog dial.) o. = onfr. silver, ohd. sil(a)bar (nhd. silber), os. siluƀar, ofri. sëlover, sëlver, silver, ags. seolfor, siolfor (eng. silver), on. silfr (wsch. ontleend; of met i naar *silfren = got. silubreins?), got. silubr o. “zilver”, germ. *seluƀra- (wegens de ags.-fri. vormen) en niet *siluƀra-. Aan obg. sĭrebro (: lit. sidãbras) kan ’t germ. woord dus niet ontleend zijn; eer komt ’t slav.-balt. uit ’t Germ. Men heeft ook voor beide eenzelfden vreemden oorsprong willen aannemen, maar de afl. uit den naam van de Pontische stad *Salúbē > ’Alúbē is evenmin als andere dgl. ontleeningshypothesen wsch. Eer is *seluƀra- een echt-germ. woord met de grondbet. “’t glanzende” (vgl. ier. argat, lat. argentum, arm. arcatʿ, oi. rajatá-, gr. árguros “zilver”: gr. argḗs “lichtend, schitterend”): ’t zou dan misschien (door dissimilatie; vgl. zede) uit *sweluƀra-, idg. *swelə-bhro- (of -dhro-, in labiale omgeving -ƀra- geworden?) ontstaan kunnen zijn, verwant met gr. sélas “glans”, idg. *swelə-s; vgl. zwoel.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

zilver. “Obg. sĭrebro” lees: “obg. sŭrebro”.
Het germ. woord zal toch wel, evenals het slav.-balt., een oude ontlening zijn. Misschien uit een klein-aziatische taal, zodat ook assyr. ṣarpu ‘zilver’ ten slotte op hetzelfde grondwoord berust (Ipsen Streitberg-Festgabe 229 vlg.)?

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

zilver o., Mnl. silver, selver, Onfra. silver, Os. siluƀar + Ohd. silabar (Mhd. silber, Nhd. id.), Ags. seolfor (Eng. silver), Ofri. selover, On. silfr (Zw. silfver, De. sølv), Go. silubr + Osl. sǐrebro, Lit. sidãbras: wellicht naar de stad Alúbē (Grieksch voor salybā) aan de Zwarte Zee, om haar zilver beroemd (Il. II, 857). Van hier ook Assyr. sarpu.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

zèlver (zn.) zilver; Sermoen euver de Weurd (18e eeuw) zelver, Aajdnederlands silver <901-1000>.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

silwer: bep. edelmetaal; Ndl. zilver (Mnl. sil-/sel-/sulver), Hd. silber, Eng. silver, Got. silubr, misk. verb. m. Gr. selas, “glans”, mntl. herk. uit Klein-Asië; as een v. d. “elemente” (Simbool Ag).

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

zilver (Akkadisch arpu)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Zilver (Ag, 47). Argentum.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

zilver ‘chemisch element’ -> Noord-Sotho silibera ‘chemisch element’ (uit Afrikaans of Engels); Tswana selefera ‘chemisch element’; Xhosa silivere ‘chemisch element’ (uit Afrikaans of Engels); Zoeloe siliva ‘chemisch element’ (uit Afrikaans of Engels); Zuid-Sotho silifera ‘chemisch element’ (uit Afrikaans of Engels); Munsee-Delaware šǝlpǝl ‘geld’; Unami-Delaware silpël ‘chemisch element’; Loup sinibat, chinebat, chinibat ‘chemisch element; geld’; Mahican sehnpatt, senpett ‘chemisch element’; Negerhollands silver, zelva, selvu ‘chemisch element’; Skepi-Nederlands solfer ‘chemisch element’; Sranantongo sorfu (ouder: solfru, sorfru) ‘chemisch element’; Saramakkaans sólófu, sóófu ‘chemisch element’ <via Sranantongo>; Surinaams-Javaans silfer ‘chemisch element’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

zilver chemisch element 0901-1000 [WPs] <Akkadisch

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

100. Gouden appelen in (of op) zilveren schalen.

Dit wordt toegepast op de ‘vrucht der redenaarskunst’, wanneer men een meesterstuk van welsprekendheid wil aanduiden, voortreffelijk van inhoud en vorm. De zegswijze is ontleend aan Spreuken 25, 11: ‘Een reden op sijn pas gesproken, is als gouden appelen in silvere gebeelde schalen’. Zie het Ndl. Wdb. II, 552; Korenbl. II, 404; Vondel's Harpoen, vs. 105; Kalv. I, 16: Zijn woorden waren van pas als zilveren appelen in een gouden vlechtwerk; Nkr. V, 9 Sept. p. 4:

 Daer schettert Ruys de Beerenbrouck
 Woest tegen de socialen,
 Geeft tal van gouden appelen
 Op zuiver zilveren schalen.

Hd. goldene (güldene) Aepfel in silbernen Schalen (Zeitschr. f. D. Wortf, IX, 291; XIII, 91); eng. apples of gold in pictures of silver.

398. Het zilveren dak.

Hieronder verstaat men hypotheek, die op een huis rust; vgl. M.z.A. 166: Op zekeren morgen vertelde hij mij, dat hij in de steeg een eigendommetje had gekocht. ‘Afijn, ziet uwé! een heer heeft me geholpen met het zilveren dak; de rest had ik zelvers’. Ook een gouden, een papieren dak of gouden pannen op zijn huis hebben. In Zuid-Nederland: er liggen zilveren of papieren balken onder 't dak of in dat huis (zie Harreb. II, XLII; I, LIX; Antw. Idiot. 328; 180); bij Draaijer, 3: in dat hûs likt papieren balkens; in het Waasch Idiot. 89: dat huis is gemaakt met papieren balken, is belast. In de Bommelerwaard: er zijn palen door het dak (V.d. Water, 116). Vgl. verder Nkr. III, 21 Nov. p. 7: Het hield 't nog net zoolang uit tot ze in hun huisje met een totaal verzilverd dak sterven konden; Antw. Idiot. 1498: Op dat huis is leelijk gezondigd, het is belast, er staat een hypotheek op; Harreb. II, 170: Dat is met zilveren pannen gedekt, van een gebouw dat met hypotheek bezwaard is; Molema, 521: dat hoes het golden balken; Z.-Limb. dat hoes sjeet op papiere zoale (zuilen); Loquela, 164: Dat is mijn huis, maar 't zit een gerskalveken op of maar 't zit ne man op het dak.

2141. Spreken is zilver maar zwijgen is goud.

Deze gedachte wordt in het mlat. uitgedrukt door scire loqui decus est, decus est et scire tacere (Werner, 88). Den tegenwoordigen vorm van deze spreuk heb ik niet eerder dan in onze eeuw aangetroffenWel komt in den bijbel voor Psalm XII, 7: ‘De woorden van Jahwe zijn reine woorden, zilver, gezuiverd in den smeltkroes’; Spreuken, X, 20: ‘Uitgelezen zilver is de tong des rechtschapenen,’ doch hieraan kan de spreuk niet zijn ontleend. Volgens Wander III, 1559 is ze ontleend aan de Arabieren; in de Koran komt ze echter niet voor. Bij de kerkvaders is dikwijls sprake van het zilver van het spreken en het goud der wijsheid of der deugd (Archiv XIII, 259).; voor Zuid-Nederland zie Antw. Idiot. 1165. Vgl. ook hd. Reden ist silber, Schweigen ist gold; fr. la parole est d'argent, la silence est d'or; eng. speech is silvern, silence is golden.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal