Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

zijpen - (sijpelen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

zijpen* [sijpelen] {sipen, zipen [druipen, druppelen] 1265-1270} middelnederduits sipen, middelhoogduits sifen, oudfries sipa, oudengels sipian, ablautend middelnederlands sepelen [druipen], op enige afstand verwant met zeiken en zijgen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

zijpen ono.w., Mnl. sipen + Mhd. sîfen, Ags. sípan, Ofri. sípa: Germ. wrt. sīp, Idg. wrt. sei̯b, waarbij zeep, verder zeef, zijgen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut