Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

zijp - (wetering)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

zijp* [wetering] {sijpe, zijpe, zipe 1285} van zijpen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

zijp znw. v. ‘wetering; goot, riool’, mnd. sīp ‘beekje’, vgl. ook de waternaam Zijpe, mnl. Sîpe. — Voor verdere verbindingen zie: sijpelen.

Voor de verspreiding van dit woord naar het Oost-Elbe-gebied in plaatsnamen, met de bet. ‘waterrijke laagte, waar veel water uitstroomt’, zie Teuchert, Sprachreste 173-5, waar ook andere vormen (-seifen, -siefen, -siepen) besproken worden.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

zijp ‘wetering’ -> Duits dialect Siep, Sipe, Siek ‘nat grondgebied; dal waar water binnensijpelt en wegstroomt’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut