Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

zijd - in de uitdrukking wijd en zijd

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

zijd* in de uitdrukking wijd en zijd [overal] {wide ende side 1265-1270} van wijd + middelnederlands side, zide [(bijw.) breed, wijd], van het bn. sijt, zijt [breed], middelnederduits sit, side, oudfries side, oudengels sid, (wide and side), oudnoors síðr [laag afhangend]; buiten het germ. oudiers sith [lang] en vermoedelijk latijn sinere (verl. deelw. situm) [laten gaan, eig.: neerleggen], oudindisch sītā [vore] (vgl. zijde1).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

zijd bijw., mnl. sîde vgl. de uitdr. wîde ende sîde = mnd. wīde unde sīde, oe. wīde ond sīde ‘wijd en zijd’. — Bij het bnw. mnl. sijt (éénmaal) ‘wijd’, oe. sīd ‘wijd, ruim’, hetzelfde als oostmnl. mnd. sīde bijw. ‘laag, diep’, ohd. sīto bijw. ‘laxe’, ofri. sīde bijw. ‘laag, diep’, oe. sīd ‘lang afhangend’, on. sīðr ‘afhangend, lang’. — miers sith ‘lang’, kymr. hyd ‘lengte, duur’, lett. sietawa ‘diepe plaats in een rivier’ (IEW 891). — Zie zijde 1.

Anders J. Trier Lehm 1951, 43 die de bet. ‘ruim, wijd’ wil afleiden uit de uitgestrektheid van de omheinde ruimte der dingvergadering en dan ook aan zijde 1 aanknoopt, maar met een geheel andere semantische ontwikkeling.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

zijd bijw., mnl. sîde in wîde ende sîde = mnd. wîde unde sîde, ags. wîde ond sîde “wijd en zijd”. Bijw. bij mnl. sijt (hapax) “wijd”, ags. sîd “wijd, ruim”, dat terecht met ags. sîd “lang afhangend”, ohd. sîto bijw. “laxe”, oostmnl. mnd. ofri. sîde bijw. “laag, diep”, mnd. sît, sîde bnw. “id.”, on. sîðr “afhangend, lang” wordt geïdentificeerd. De grondbet. was wsch. “lang uitgestrekt” of “zich vrij uitspreidend”. Buiten ’t Germ. vgl. ier. sith “lang”. Verwant zijn verder wsch. de bij sedert besproken woorden, waarbij nog lat. sino “ik laat, sta toe”, misschien ook oi. sī́tâ- “vore”, eventueel nog allerlei andere woorden gevoegd mogen worden.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

zijd , in wijd en zijd (= verre en laat of verre en verre), Mnl. wide ende side + Ags. wíde ond síde: is de posit. van Mnl. sider, waarover bij sedert.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

wijd en zijd ‘naar alle kanten’ -> Duits dialect wit zu tsit, wits en tsits, witts en sitts, wije en zije, widen on ziden ‘naar alle kanten’ (uit Nederlands of Nederduits).

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

2571. Wijd en zijd,

d.w.z. naar alle kanten, overal; mnl. wide ende side; mnd. wît unde sît, wîde unde sîde; ags. wîde ond sîde, waarin zijd het bijw. is van een bijv. naamw. zijd, ags. sîd, dat de bet. van wijd, ruim heeft gehad, zoodat de uitdr. te vergelijken is met het hd. weit und breit; Kil. wijd ende breed, laxus, latus, late patens. Wijd ende breed ver-breydt, late longeque diffusus, multis in locis diffeminatus. Zie verder Tijdschrift VIII, 29-32 en vgl. de kantt. op I Kron. 13 vs. 3: Wijts ende zijts aen alle plaetsen in Israël uytsenden; Hooft, Ger. v. Velzen, 15: Dieren die wijd en t'zijd te weyde gaen; Brederoo I, 344, vs. 1183: Wy sullen voorts te saam wat praten wijt en sijdt (over allerlei); De Brune, Bank. II, 128: wijds en zijds; Halma, 785: Wijd en zijd, overal, van alle kanten, de toutes parts, par-tout; 't volk quam wijd en zijd aan, le peuple accourut de toutes parts; Joos, 51; 64: iets wijd en breed uiteendoen; De Bo, 1399: wijd en zijd; wijds en zijds; Antw. van woest en wijd (Antw. Idiot. 1456); eng. far and wide; nd. he is sît un wît bekannt (Eckart, 484); fri. wiid en siid.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut