Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

zigeuner - (lid van een rondtrekkend volk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

zigeuner zn. ‘lid van een rondtrekkend volk’
Vnnl. sigeyner, syngainder ‘lid van een rondtrekkend volk’ in veel diuersche gheloouen te weten christenen Turcken ioden syngainders ende oock Grycken [1575; WNT], Midden inde Veldthutten hebben sy (ghelijck de Zigeyners) vyer ‘te midden van de tenten hebben ze (zoals de zigeuners) een vuur’ [1595; WNT], nnl. zigeuner [1778; WNT].
Ontleend, in de oudste attestatie misschien rechtstreeks, later via Duits Zigeuner ‘id.’ [1418; Pfeifer], aan Italiaans zingaro ‘id.’ of Hongaars czigány ‘id.’. De verdere herkomst van dit woord, dat ook in vele andere Europese talen voorkomt, is onduidelijk; mogelijk gaat het terug op een middeleeuws-Griekse benaming tsinganos, atsinganos van een bepaalde ketterse sekte.
Lit.: Van der Sijs 1998, 113-115

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

zigeuner [lid van zwervend volk] {syngainder 1575, zigeyner 1595, zigeuner 1840} < hoogduits Zigeuner < hongaars cigány < byzantijns-grieks Atsiganoor, waarvoor (vgl. gipsy).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

sigeuner s.nw.
Lid van 'n rondswerwende volk in Europa en 'n deel van Asië, donkerbruin van kleur, met blink, swart hare, wat 'n Indiese taal (Romani) praat, eie gebruike en godsdienstige opvattings en 'n rustelose geaardheid het.
Uit Ndl. zigeuner (1575).
Ndl. zigeuner uit Hoogduits Zigeuner uit Hongaars czigány 'sigeuner'.
D. Zigeuner.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

zigeuner (Duits Zigeuner)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

zigeuner ‘lid van zwervend volk’ -> Zweeds zigenare ‘lid van zwervend volk’ (uit Nederlands of Nederduits).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut