Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

zenit - (toppunt)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

zenit zn. ‘toppunt’
Nnl. zenit (en spellingvarianten) ‘het punt aan de hemel recht boven de waarnemer’ in hebben wy de Son op middach recht boven thooft ghehadt, dat hy in ons Zenit was [1595; WNT], caenit [1599; WNT], Zenith [1614; WNT]; nnl. zenith, overdrachtelijk ‘toppunt’ in als die deugd uit het zenith harer heerlijkheid is neergetuimeld [1806; WNT nedertuimelen], ‘hemelgewelf’ [1896; WNT].
Ontleend aan middeleeuws Latijn cenit, senit ‘hoogste punt aan de hemel’, dat ontleend is aan Arabisch samt (ar-ra's) ‘de richting (van het hoofd)’, dus het hoogste punt aan de hemel, dat precies boven de schedel van de waarnemer staat. Hierbij werd ten onrechte -ni- gelezen i.p.v. -m-, mogelijk onder volksetymologische invloed van Latijn sēmita ‘zijspoor, pad’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

zenit [toppunt] {zenith 1595} < oudfrans cenit < spaans cenit (abusievelijk voor cemt) < arabisch as samt [de weg], een verkorting van samt ar raʼs [de weg van het hoofd], samt < latijn semita [voetpad, baan, weg] → azimut.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

zenit znw. o. ‘toppunt aan de hemel’, internationaal woord ontstaan door verschrijving van arab. as-samt of vollediger samt ar-ras ‘richting van het hoofd’ van samt ‘weg, richting’ (Lokotsch Nr. 1818). — Zie ook: azimut.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† zenith znw. o., niet bij Kil. Internationaal woord, dat evenals azimuth op arab. as-samt ‘richting’ berust. De vorm zenit is ontstaan uit verkeerde lezing van zemt.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

senit s.nw.
1. Toppunt aan die hemel. 2. (fig.) Hoogste punt, toppunt.
Uit Ndl. zenit (1595 in bet. 1, 1833 in bet. 2).
Ndl. zenit uit Oudfrans cenit uit Sp. cenit, 'n verbastering van semt uit Arabies samt 'die weg', 'n verkorting van samt ar-ra's 'die weg bo die kop'.
D. Zenit, Eng. zenith, Fr. zénith, It. zenit, Port. zenite, Sp. cenit, zenit.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

zenit (Frans zénith)

P.H. van Laer (1964), Vreemde woorden in de sterrenkunde, 2e druk, Groningen

Zenith (< Ar. samt = weg, richting; < Lat. sémita = voetpad, weg; in de Middeleeuwen werd samt of semt verkeerd gelezen als zenit (ni voor m)). Ar. samt ar-ra’s = richting van het hoofd (Ar. ra’s = hoofd). Deze betekenis is overgegaan op het woord zenith alleen. Punt vertikaal boven de waarnemer.

R. Dozy (1867), Oosterlingen, verklarende lijst der Nederlandschen woorden die uit het Arabisch, Hebreeuwsch, Chaldeeuwsch, Perzisch en Turksch afkomstig zijn, 's-Gravenhage

Azimut en zenit
Het eerste woord is samengesteld uit het Arab. lidwoord en het substantief semt; dus as-semt; eigenlijk de weg, de rechte weg, en bij de Arab. astronomen in denzelfden zin als bij ons. Zenit is hetzelfde woord als semt, bij de Arab. astronomen voluit semt-ar-ras (de semt van ’t hoofd).
Er is volstrekt geen reden om in ’t Hollandsch nog een h achter deze woorden te voegen, en het zoude beter geweest zijn, als men asimut en senit geschreven had; het gebruik heeft het evenwel anders gewild.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

zenit ‘toppunt’ -> Indonesisch zénit ‘toppunt’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

zenit toppunt 1595 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut