Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

zenden - (sturen, naar een andere plaats doen gaan)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

zenden ww. ‘sturen, naar een andere plaats doen gaan’
Onl. senden ‘sturen, naar een andere plaats doen gaan’ in sanda fan himele in ginereda mi ‘Hij zond (hulp) vanuit de hemel en verloste mij’ [10e eeuw; W.Ps.], ik sal uch beithen na imo senden ‘ik zal jullie beiden naar hem sturen’ [1151-1200; Reimbibel]; mnl. senden in Den got dare hadde gesant ‘die God daarheen had gestuurd’ [1200; VMNW].
Os. sendian; ohd. senten (nhd. senden, zie ook → gezant); ofri. senda (nfri. seine, in: seinboade ‘zendbode’); oe. sendan (ne. send); on. senda (nzw. sända); got. sandjan; alle ‘zenden’; < pgm. *sandijan-.
Causatief met grammatische wisseling bij een niet-geattesteerd werkwoord *sinþan- ‘reizen, gaan’. Van dezelfde wortel is ook pgm. *sinþa- (< ouder *senþa-) ‘weg, reis, tocht’ afgeleid, waaruit: os. sīð; ohd. sind (mhd. sint); oe. sīþ; on. sinn; got. sinþs; alle met betekenissen als ‘weg, tocht, reis; lot; keer, maal’ en zie ook → gezin. Hierbij bestond ook een zwak werkwoord *sindōn- ‘reizen’, waaruit: os. sīðōn; ohd. sindōn; oe. sīðian; on. sinna.
Pgm. *sinþa- is verwant met Oudiers sét ‘weg’, Welsh hynt (Proto-Keltisch *sentu-); en misschien Armeens əntcacc ‘weg’; < pie. *sent- ‘reis, tocht’. Mogelijk is dit dezelfde wortel als pie. *sent- ‘waarnemen, bemerken’ (LIV 533) Latijn sentīre, zie verder bij → sentiment.
In de verleden tijd trad geen umlaut op (zie → hebben), bijv. in onl. sanda ‘hij zond’. In het Nederlands heeft het woord zich uiteindelijk aangesloten bij de sterke werkwoorden van de derde klasse.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

zenden* [sturen] {oudnederlands sendan 901-1000, middelnederlands senden, sinden} oudengels sendan, oudsaksisch sendian, oudhoogduits senten, oudfries, oudnoors senda, gotisch sandjan, causatiefvorming bij woorden voor ‘weg’, waarvoor vgl. gezin.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

zenden ww., mnl. senden (zwak, maar ook reeds sterk), onfrank. sendan, os. sendian, ohd. senten (nhd. senden), ofri. senda, oe. sendan (ne. send), on. senda, got. sandhan. — Een causatiefformatie van een stam *sinþ, waarvoor zie het znw. *sinþa, dat bij gezin behandeld is en waarvan weer een afl. is os. sīthon, ohd. sindon, oe. sīðian ‘gaan, reizen, trekken’, on. sinna ‘reizen, zich aansluiten aan’. — lit. siunčiù, sių̃sti, lett. sùtu, sùtît ‘zenden’ hebben balt. un uit de nultrap *sṇt.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

zenden ww., mnl. senden (zwak, ook reeds sterk; vgl. gezant, ook schenden, schenken). = onfr. sendan, ohd. senten (nhd. senden), os. sendian, ofri. senda, ags. sendan (eng. to send), on. senda, got. sandjan “zenden”. Causatief-formatie bij germ. sinþ-, waarvan ook *sinþa- “gang, reis” (zie gezin); hiervan ohd. sindôn, os. sîthon, ags. sîðian “gaan, reizen, trekken”, on. sinna “reizen, zich aansluiten bij, zich bekommeren om”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

zenden. Moeilijk hiervan te scheiden is lit. siunčiù, siunčiaũ, siu͂sti, lett. sùtu,sùtît ‘zenden’ (balt. *sunti̯ô), waarin -un- dan een afwijkende balt. voortzetting van een idg. reductievocaal moet zijn.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

zenden o.w., Mnl. senden, Onfra. sendan, Os. sendian + Ohd. senten (Mhd. senden, Nhd. id.), Ags. sendan (Eng. to send), Ofri. senda, On. id. (Zw. sända, De. sende), Go. sandjan: factitief van *zinden = reizen (z. gezin en zin).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

send ww. (verhewe)
1. Stuur. 2. Radio-uitsendings maak.
Uit Ndl. zenden (Mnl. senden in bet. 1, 1919 in bet. 2).
D. senden (8ste eeu), Eng. send (950).

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Zenden, caus. van een verloren gegaan Germ. werkw. sinthan = gaan, reizen (zie Gezin): het bet. dus: laten reizen, laten gaan; vgl. ’t Mnl.: „Si hadde 12 jongfrouwen in allen landen gesint.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

zenden ‘sturen’ -> Sranantongo seni ‘sturen’ (uit Nederlands of Engels).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

zenden* sturen 0901-1000 [WPs]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1857. Iemand van Pontius naar Pilatus sturen (zenden),

d.w.z. hem sturen van het kastje naar den muur, van bakboord naar stuurboord; hem zonder vrucht heen en weer laten loopen. Eig. moest men zeggen van (Pontius) Pilatus naar Herodes (zie Luc. XXIII: 7, 11Zeitschrift für den Deutsch. Unterricht, XVII, 368; 796.), zooals ook voorkomt in C. Wildsch. II, 219. Misschien heeft deze verandering plaats gehad uit zucht naar alliteratie (Laurillard, 52). Nyrop, 187 schrijft eveneens deze verandering aan de almacht der ‘Lautharmonie’ toe. In de Zaanstreek gebruikt men als synoniem: van den Bok op Jasper (twee molens) en van gist op kaneelwater of loopen om gerst en kaneelwaterEig. knee(d)water; zie Tijdschr. XXVI, 143. Gist en kneewater zijn noodig voor het bereiden van brood.; zie Boekenoogen, 86; 246; Ndl. Wdb. VII, 1244 en vgl. Molema, 333 a: iemand van Pontes noa Pilates sturen; Afrik, iemand van Pontinus na Pilatus stuur; in het Friesch: immen fen Herodes nei Pilatus (of fen 't bok op 't ezel) stjûre (zoo ook in Braband); vgl. no. 137; Joos, 44: van Pier naar Paul, van Pontius naar Pilatus gezonden worden; Wander III, 1374: einen von Pontius zu Pitatus schicken. (Aanv.) Vgl. Antw. Idiot. 552: Van Herodes naar Pilatus loopen (zie Luc. 23, 7 en 11); Ndl. Wdb. XII, 1845.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut