Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

zemel - (vlies van graankorrels)

Etymologische (standaard)werken

Michiel de Vaan (2014-2018), Addenda EWN, gepubliceerd op www.neerlandistiek.nl"

zemel zn. ‘vlies van graankorrels’
Mnl. semele v. ‘vlies van graan, gruis’ (1240), ‘uit fijn meel gebakken broodje’ (1220–1240), semelen mv. ‘huidschilfers’ (1351), Vnnl. semel ‘meel van of met zemelen’ (1522), meestal mv. semelen ‘graanhulzen, gruis’ (1501). In het Ripuarisch dialect van het gebied Aken–Heinsberg betekent zieëmel ‘witbrood van meel waar nog zemelen in zaten, grijs brood’.
Verwante vormen: Mnd. semel v. ‘zemel’, Ohd. simila, semala ‘fijn tarwemeel’, Mhd. semel(e), simel(e), Mohd. Semmel f. ‘wit broodje’. Een Germaans leenwoord *similō- uit Latijn simila ‘fijn tarwemeel’. Het Italiaanse semola ‘meel van harde tarwe, griesmeel; zemelen’ (de bron van Frans semoule ‘griesmeel’) zet een Latijnse variant *simula voort.
De oudste betekenis was dus ‘(een bepaald soort) meel’; de overgang naar ‘zemelen’ zal zich via ‘meel met zemelen erin’ voltrokken hebben.
Er lijkt een tegenstelling te bestaan tussen ‘fijn meel’ en ‘zemelen’. Maar de vertaling ‘fijn meel’ is bedrieglijk, want we mogen ons het Romeinse simila niet als ‘wit meel’ of ‘bloem’ voorstellen. Volgens Gutsfeld (2015) was het Romeinse meel in drie categorieën in te delen, met respectievelijk een laag, een iets hoger en hoog gehalte aan zemelen. Simila of similāgō viel in de middelste categorie. Zelfs de beste categorie (flōs ‘bloem’) had een voor onze begrippen donkere kleur. Het Oudhoogduitse simila, semila komt in glossen voor als vertaling van Latijnse begrippen als farina subtilis(sima) ‘fijn(ste) meel’, medulla tritica ‘het binnenste van de tarwe’, simila, en similago, en vertelt ons dus niet hoe fijn het meel in Oudhoogduitse tijd was. Door de zich steeds verbeterende maaltechniek zal semele in de loop der tijd soms geassocieerd zijn geraakt met het oudere, zemelhoudende meel (vandaar ‘zemelen’), en soms met het nieuwe product mee zijn geëvolueerd tot ‘wit meel’.
Latijn simila en Oudgrieks semī́dalis ‘fijn meel’ zijn ontleend uit een Semitisch woord met de structuur s_m_d, vgl. Akkadisch samīdu ‘fijnste tarwemeel’, samādu ‘malen’. Het motief voor de ontlening kan de overname zijn geweest van een andere tarwesoort (triticum durum ‘harde tarwe’) dan men in Italië al kende (dat was met name triticum aestivum ‘zomertarwe’). In de Oudheid maalde men harde tarwe tot griesmeel, maar veel fijner werd het niet (Nissen/Sallares 2015). De overgang van d naar l komt in meerdere Latijnse woorden voor, bijv. oleō ‘ruiken’ bij odor ‘geur’, lacrima ‘traan’ uit ouder dacrima.
Literatuur: Gutsfeld, Andreas. 2015. “Mehl.” In: Der Neue Pauly. Herausgegeben von: H. Cancik, H. Schneider, M. Landfester. Brill Online, 2015. Nissen, Hans Jörg and Robert Sallares. 2015. “Getreide.” Der Neue Pauly. Herausgegeben von: H. Cancik, H. Schneider, M. Landfester. Brill Online, 2015.
[Gepubliceerd op 25-06-2015 op Neerlandistiek.nl]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

zemel [vlies van graankorrels] {semele 1220-1240} middelnederduits semele [zemelen, tarwemeel], oudhoogduits sĕmala, simila (hoogduits Semmel [kadetje, hard broodje]) < latijn simila [fijn tarwemeel, bloem, me. lat. (reeds in 8e eeuw) witbrood], evenals grieks semidalis [fijn tarwemeel] ontleend in het oosten, vgl. akkadisch samīdu [idem], samādu [malen].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

zemelen 1 znw. mv., mnl. sēmelen mv. sēmele v. ‘zemelen, gruis’, Kiliaen kent semelmeel als ‘bloemmeel’, vgl. mnd. semele v. ‘bloemmeel, zemelen, stuk brood’ (> on. simili ‘tarwemeel’), ohd. simila, semala ‘fijn tarwemeel’ (nhd. semmel ‘wittebroodje’) < lat. simila ‘het fijnste tarwemeel’ (mlat. reeds ‘broodje’). Het gaat met gr. semidalis terug op arab. samid ‘fijnste meel’, dat men wel afleidt uit accadisch samidu ‘fijnste tarwemeel’. — Opmerkelijk is de ontwikkeling van de bet. ‘zemelen’, die ook in de romaanse woorden voorkomt, zoals in fra. semoule.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

zemelen I znw. mv., mnl. sēmelen mv., sēmel(e) enk. v. “zemelen, gruis”. Kil. kent semelmeel ook in de bet. “bloemmeel”. = Teuth. semele “stuk wittebrood”, ohd. simila, sëmala v. “simula, farina, polenta, furfur” (nhd. semmel “wittebroodje”), mnd. sēmele v. “bloemmeel, zemelen, stuk brood”, laat-on. simili o., similia v. “bloemmeel”. Uit lat. simila “bloemmeel”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

zemel v., Mnl. semele, gelijk Ohd. semala (Mhd. semel, Nhd. semmel), uit Lat. simila = tarwemeel.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Zemel, van ’t Lat. simila = tarwemeel, al is de bet. iets gewijzigd.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

zemel ‘vlies van graankorrels’ -> Fries semel ‘vlies van graankorrels’; Engels † semel ‘cake van fijn tarwemeel’; Xhosa semelisi ‘vlies van graankorrels’ ; Sranantongo seimel ‘vlies van graankorrels’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

zemel vlies van graankorrels 1220-1240 [CG II1 Aiol] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut