Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

zeiken - (plassen)

Etymologische (standaard)werken

Michiel de Vaan (2014-2018), Addenda EWN, gepubliceerd op www.neerlandistiek.nl"

zeiken ww. ‘plassen; zeuren’
Vroegmiddelnederlands seiken ‘urineren’ (1240, Limburg), Mnl. beseiken (1351, Vla.), seyct ‘pist’ (1415–1435, Holland), Nieuwnl. seycken (1537), seecken (1580). De betekenis ‘zeuren’ wordt pas vanaf de 19e eeuw aangetroffen. Dial. Zeeuws zêêken, Vlaams zeeken, elders zeiken.
Verder het zn. Mnl. zeec ‘urine’ (1277, Brugge), seike (1400-1420, Brabant), seyck (1477), Nieuwl. seyck (1551, Antwerpen), seeke (1562), seeck (1569). In moderne dialecten komt zeik ook voor als woord voor ‘gier, mest’, vooral in het Zuidnederlands, en is daarom in de Taalatlas van Noord- en Zuid-Nederland afgebeeld (afl. 1, kaart 7).
Verwante vormen: Nieuwnederduits sēken, Oudhoogduits seihhen, Mohd. seichen ‘pissen’; vgl. daarnaast Ohd. seih, Mhd. seich m., seiche v. ‘pis’.
Uit Westgermaans *saikjan ‘doen druppelen’. Die (niet in het Fries of Engels aangetroffen) vorm heeft blijkbaar ouder *saihjan vervangen, dat nog in Ohd. seihhen ‘smelten; urineren’ bewaard is. Dat werkwoord betekende oorspronkelijk ‘doen druppelen’ en was als *saihwjan ontstaan bij het sterke ww. *seihwan ‘zeven, druppelen’, dat in Mnl. siën, Ohd. sīhan, Mohd. seihen, Oudfries sīa is voortgezet (zie onder zijgen; daar ook over de Indo-Europese oorsprong van de wortel *seikw- ‘gieten’). De k in *saikjan moet overgenomen zijn van het iteratieve ww. *sikkōn- ‘sijpelen’, dat we met r-suffix o.a. in Nederduits sîkeren (ontleend in Hoogduits sickern) en Oudengels sicerian ‘sijpelen’ vinden (Kroonen 2013: 421-422).
[Gepubliceerd op 05-10-2017 op Neerlandistiek.nl]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

zeiken* [plassen] {se(i)ken 1201-1250} nederduits seken, oudhoogduits seihhen, oudengels sicerian [sijpelen]; vgl. middelnederduits sik [drassig land], oudengels sīc [beekje], oudnoors sīk [traag stromend water]; buiten het germ. kerkslavisch sĭcati [pissen], tochaars A sik [overstromen]; verwant met zijgen en sijpelen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

zeiken ww., mnl. seiken, sêken, nnd. sēken, ohd. seihhen ‘pissen’; vgl. daarnaast mnl. seec, seic m., seike v., ohd. seih, mhd. seich m. seiche v. ‘pis’. — Uit te gaan van een bet. ‘druppelen’, vgl. daarnaast abl. mnd. sīk m. ‘moerassig laag land’, oe. sīc o. ‘beekje, stroompje’ (ne. dial. sike), on. sīk o. ‘stilstaand of langzaam stromend water’, nnoorw. dial. sīke ‘moeras met wateraders’, nzw. dial. sīk ‘lage moerassige plaats’. — lat. siat ‘pist’, toch. sik ‘overstromen’. — Vgl. ook nhd. sickern, oe. sicerian ‘sijpelen’.

Een van de afleidingen van de idg. wt., waartoe ook behoren zijgen en sijpelen; zie verder: zeef.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

zeiken ww., mnl. seiken, sêken. = ohd. seihhen, ndd. sêken “pissen”. Hierbij mnl. seec, seic m., seike v., ohd. seih (hh), mhd. seich m., seiche v. “pis”. Ablautend met mnd. sîk m. “moerassig, laag land”, ags. sîc o. “beekje, stroompje” (dial. eng. sike), on. sîk o. “stilstaand of langzaam stroomend water”, nhd. sickern, ags. sicerian “sijpelen”. Van een idg. basis sig- of siĝ-, waarvan ook lat. (*sigat > *sijat >) siatoureī ” wordt afgeleid, een verlenging van si- “sijpelen, druppelen” (zie zeef).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

zeiken ono.w., Mnl. seiken, seken + Ohd. seihhen (Mhd. seichen, Nhd. id.) + Osl. sǐcati = pissen: intens. van zijgen (z.d.w.).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

zeike (ww.) 1. plassen 2. zeuren; Vreugmiddelnederlands seiken <1201-1250>.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

zeiken* plassen 1240 [Bern.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut