Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

zegevieren - (triomferen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

zegevieren* [triomferen] {1710 in de betekenis ‘feestelijk gedenken om het behalen van een zege’; de huidige betekenis 1767, vgl. seghe-vier [overwinningszang] 1599} van zege + vieren1.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

zegepraal znw., zegepralen, zegevieren ww., nog niet bij Kil.; hier wel seghe-vier “epincium”, lees: “epinicium”.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

seëvier ww. Ook segevier.
Wen, triomfeer.
Uit Ndl. zegevieren (1767), 'n samestelling van zege 'oorwinning, triomf' en vieren 'vier, fees hou'.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

zegevieren ‘triomferen’ -> Fries segefierje ‘triomferen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

zegevieren* triomferen 1767 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal