Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

zegen - (visnet)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

sein2 [visnet] {seine 1514} nevenvorm van zegen en daaruit ontstaan als dweil uit dwegelzegen2.

zegen2 [visnet] {segene, zegene 1201-1250} oudfries seine, oudsaksisch, oudhoogduits sĕgina, oudengels segne (engels seine) < latijn sagena < grieks sagènè [visnet] → sein2.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

sein 1 znw. v. m., gewestelijke vorm voor zegen 2.

zegen 2 znw. v. ‘visnet’, mnl. sēghene, seine v., os. ohd. segina, ofri. seine, oe. segne v. (ne. sean) ‘sleepnet’, reeds in de romeinse tijd ontleend < lat. sagēna (> fra. seine), dat zelf weer op gr. sagḗnē teruggaat; het woord is in de accentuatie aan het germaans aangepast (vgl. daarvoor ook munt).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

zegen II (vischnet), mnl. sēghene, seine v. = ohd. os. segina, ofri. seine, ags. segne v. (eng. sean) “zegen, sleepnet”. Ontl. uit lat. sagêna (< gr. sangḗnē) “id.”, waarop ook fr. seine “id.” teruggaat. Een andere ontl. met accentterugtrekking uit een dgl. lat. vorm met ê is munt I.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

saaien (net voor garnalenvisscherij), ook saaiem (1676 saygh = sayingh?). Wellicht uit fri. ofri. seine ‘zegen’ (zie zegen II) met holl. dial. uitspraak van de diphthong.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

zegen 2 v. (net), Mnl. seghen, Os. segina, gelijk Ohd. id. (Mhd. segene), Ags. segne, Ofri. seine, uit Lat. sagenam (-a) (Fr. seine), van Gr. sagḗnē.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

seën I: mv. seëns, “visnet”; Ndl. zegen (Mnl. sēghene/seine), Eng. seine/(veroud.) sean, via Fr. seine uit Lat. sagēna, Gr. sagênê, “visnet”.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

zegen ‘visnet’ -> Negerhollands seǝn ‘sleepnet’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

zegen visnet 1240 [Bern.] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut