Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

zeeleeuw - (zeeroofdier)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

seeleeu s.nw.
Rob wat in die gematigde en kouer gedeeltes van die see leef.
Uit Ndl. zeeleeuw (1619).
D. Seeleeu.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

seeleeu: diern. (spp. Zalophus); Ndl. zeeleeuw, Eng. sea lion, blb. verw. aan maar te ondersk. v. d. rob (q.v.), hoewel ons by vRieb lees v. “zeeleeuwen off robben” (29.5.1656); v. ook hercas [+].

Thematische woordenboeken

H. ter Stege (2004), De betekenis van de Nederlandse (volks)namen van zoogdieren, reptielen en amfibieën, eigen uitgave Waalre

ZEEHONDEN en ZEELEEUWEN ̶ PINNIPEDIA
De orde der Zeehonden en Zeeleeuwen bevat drie families waarvan alleen een tweetal soorten uit de familie der Zeehonden in onze kustwateren worden aangetroffen.
De wetenschappelijke naam is afgeleid van de Latijnse woorden pinna ‘veer of vleugel’ en pedis ‘voet’. Zeehonden en zeeleeuwen zijn dus vleugelvoetige zoogdieren.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

zeeleeuw zeeroofdier 1619 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut