Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

zakelijk - (pragmatisch)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

saaklik b.nw.
1. Ter sake, objektief, onpersoonlik. 2. Wat 'n saak betref. 3. Bondig, kort, sonder omslag.
In bet. 1 en 2 uit Ndl. zakelijk (1721 in bet. 1, 1834 in bet. 2). In bet. 3 uit verouderde Ndl. zakelijk (1733).
D. sachlich.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

zakelijk ‘pragmatisch’ -> Indonesisch sakelek, saklek, zakelijk ‘pragmatisch’; Balinees sakelek ‘pragmatisch’; Petjoh zakl'k ‘pragmatisch’; Sranantongo sâkelek ‘pragmatisch’.

Hosted by Meertens Instituut