Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

zachtmoedig - (vriendelijk )

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

sagmoedig b.nw.
Nie streng, bars of kwaai nie, minsaam.
Uit Ndl. sagmoedig (1553). Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

zachtmoedig ‘zachtaardig, berustend’ -> Deens sagtmodig ‘teruggetrokken; (verouderd) vredig’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors saktmodig ‘vredig, rustig’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands sochtmoedig, sagtmudig ‘teruggetrokken, vredig, rustig’.

Hosted by Meertens Instituut