Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

yogi - (beoefenaar van yoga)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

yoga zn. ‘Indische mystiek’
Nnl. yoga ‘Indische mystiek’ in andere reeds meer of min bekende systemen der Indiërs, o.a. ... Sânkhya en Yoga-filosofie [1861; Gids], Yoga voor den mensch in de wereld. Nu, die Yoga wil eenvoudig zeggen vereeniging “Union” - wij zouden zeggen gemeenschapsoefening van de ziel met het goddelijke [1896; Leeuwarder Courant], bij uitbreiding “methode om tot innerlijke rust en concentratie te komen, zodat het leven van de geest zich kan ontplooien en de mens in verbinding kan komen met God” [1979; Verschueren].
Ontleend aan Engels yoga ‘Indische mystiek’ [1820; OED], ontleend aan Hindi yoga ‘id.’, dat teruggaat op Sanskrit yóga- ‘meditatie, vereniging met het opperste wezen’, oorspr. ‘verbinding’.
Sanskrit yóga- is afgeleid van de wortel yuj- van yunákti (aoristus yójam) ‘verenigen, samenvoegen’ < pie. *iug-, nultrap bij de wortel van *ieug- ‘verbinden, samenvoegen’ (LIV 316) van → juk.
De moderne betekenis van yoga ‘lichamelijke oefening waarbij concentratie op de lichamelijke functies centraal staat’ is wellicht ontstaan door verkorting van een samenstelling als yoga-oefening [1947; iWNT].
yogi zn. ‘volleerd beoefenaar van yoga’. Nnl. jogie ‘id.’ in Jogie [betekent] een devoot, godvreezend man [1808; Haafner], yogi “ind. naam, dien men aan indische monniken geeft, welke zich ongevoelig pogen te maken voor alle uitwendige indrukken ...” [1847; Kramers]. Via Engels yogi ontleend aan Hindi yogī ‘id.’, van Sanskrit yogin- ‘hij die verenigd is; beoefenaar van yoga’, van yuj- ‘verenigen, samenvoegen’.
Lit.: J. Haafner (1808), Reize in eenen palanquin; of lotgevallen en merkwaardige aanteekeningen op eene reize langs de kusten Orixa en Choromandel, Amsterdam, I, 263-264

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

yogi [beoefenaar van yoga] {1847} < hindi yogī, van oudindisch yoga- (vgl. yoga).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

yogi (Hindi yogī)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

yogi beoefenaar van yoga 1596 [Linschoten] <Hindi

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut