Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

wybertje - (ruitvormig dropje)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

wybertje [dropje] {na 1950} merknaam, naar de Duitse arts Wybert, die ze in 1846 op de markt bracht.

Thematische woordenboeken

T. Beijer en C.G.L. Apeldoorn (1996), Woordenboek van medische eponiemen, Houten

wybertje: ruitvormig dropje, samengesteld uit suiker en Succus liquiritiae (zoethout). Volgens Grauls gebruikt ongeveer 75 procent van de Nederlandse bevolking wel eens dit dropje, dat een zekere Duitse dokter Wybert in 1846 volgens eigen recept vervaardigde. Nadat in 1906 de eerste fabriek in Duitsland werd opgericht, kwamen de eerste wybertjes in een kartonnen doosje twaalf jaar later in Nederland.
Y

E. Sanders (1993), Eponiemenwoordenboek: Woorden die teruggaan op historische personen, Amsterdam

wybertje, ruitvormig dropje; ruitvormig teken of motief
Het wybertje is zo genoemd naar de Zwitserse arts Emanuel Wybert [1807-1884], die de antracietgrijze, ruitvormige keelpastilles in 1846 uitvond. Over Wybert is verder niet veel bekend. In 1833 vestigde hij zich in Basel. Hij werkte als huisarts, chirurg, als garnizoens- en brigadearts. In 1884 verscheen zijn necrologie in de Basler Nachrichten, maar die bleek niet te achterhalen. Het Historisch-biographisches Lexikon der Schweiz (1934) vermeldt dat Wybert vooral bekendheid verkreeg ‘als Hersteller der nach ihm benannten Tabletten für Halspflege’.
De keelpastilles waren aanvankelijk bedoeld tegen griep en verkoudheid. De belangrijkste ingrediënten zijn suiker en zoethout. In 1906 werd de eerste fabriek in Duitsland opgericht. Sinds 1918 is het wybertje in Nederland verkrijgbaar. Volgens de huidige producent, Gaba in Almere, gebruikt ongeveer 75 procent van de Nederlandse bevolking wel eens een wybertje ‘als versnapering, mondverfrisser of keelverzorger’.
Voor zover bekend was Van Dale Hedendaags Nederlands (1984) het eerste woordenboek dat wybertje vermeldde als informele aanduiding voor een ruitvormig typografisch teken. Op 3.11.1990 schreef Rik Smits in De Volkskrant: ‘Van Dale en het "groene boekje" gebruiken een ruitvormig symbooltje, dat zij allebei een dropje noemen. Daarop kun je alleen via het wybertje komen, maar dat woord zelf nemen zij niet in de mond (waaruit maar weer blijkt dat de typisch Nederlandse angst voor onbedoeld reclame maken al bestond voordat er televisie was).’
Terecht merkt Grauls (1991) op dat de opmars van tekstverwerkingsprogramma’s die van een ‘wybertje’ zijn voorzien, de verspreiding van het woord verder in de hand heeft gewerkt. Inmiddels is het woord opgenomen in onder andere de Grote Van Dale (1992), de Koenen (1992) en het Prisma Woordenboek Nederlands (1993) - meestal nog met de aanduiding dat het eigenlijk een merknaam betreft. In het Frans, Duits of Engels komt dit woord niet voor.
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

wybertje ruitvormig dropje 1966 [Aanv WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut