Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

wolfraam - (scheikundig element)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

wolfraam zn. ‘scheikundig element (W)’
Nnl. eerst walfrump en wolfrumb ‘bepaald soort (wolfraamhoudend) erts’ [1720; iWNT], dan Wolfram, of wolfart ‘id.’ [1769; iWNT], metalen, als ... titanium, tellarium, wolfram ... [1805; Uilkens], wolfraam ‘soort metaal’ [1853; Mulder].
Ontleend aan Duits Wolfram ‘soort metaal’ [1788; Blumenbach], eerder al ‘soort erts’ [1590; Pfeifer], daarvoor Wolfrumb ‘id.’ [1562; Pfeifer] of een variant, dat meestal wordt verklaard als een denigrerende benaming die mijnwerkers gaven aan een soort erts dat het tin aantastte, zoals wolven hun prooi opvraten. Wolfram is in deze interpretatie gevormd uit wolf ‘wolf’ (zie → wolf) en ohd. rām ‘stoffig vuil, roet, aanslag op het metaal van wapens’ [13e eeuw; Pfeifer] (nhd. Rahm). Mogelijk moet hier ook gedacht worden aan wolf in de betekenis ‘huid verwoestende ziekte’ [1472; Grimm] (vergelijk Nederlands tandwolf voor ‘caries’), zodat de betekenis iets is als ‘het oppervlak aantastende aanslag’.
Wolfraam, waarvan het bestaan in 1779 voor het eerst werd vermoed in het mineraal wolfram (nu wolframiet genoemd), werd in 1783 als metaal geïsoleerd door de gebroeders Juan José en Fausto Delhuyar, die het metaal dezelfde naam gaven als het mineraal (in hun Engelstalige publicatie: volfram; in het Spaans nu volframio). Een ander mineraal waarin (in 1781) wolfraam werd aangetoond, stond bekend als tungsten (Zweeds voor ‘zware steen’), dat in een aantal talen (zoals het Engels) de basis voor de naam van het element is geworden.
Lit.: J.A. Uilkens (1805), Beschrijving van de merkwaardigste voortbrengselen der natuur, Amsterdam, 1, 109; J.F.Blumenbach (1788), Handbuch der Naturgeschichte, 3. Ausg., Göttingen, 655; L. Mulder (1853), Historisch-kritisch overzigt van de bepalingen der aequivalent-gewigten van 24 metalen, Utrecht, 250

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

wolfraam, wolfram [chemisch element] {wolfram 1720 ter aanduiding van een delfstof; als chemisch element 1828} < hoogduits Wolfram, van Wolf [wolf] + Rahm [room, roet, ook: bovendrijvend metaalschuim], een vertaling van de lat. benaming spuma lupi [wolfsschuim], gegeven door Georg Bauer (verlatijnste naam Agricola) (1494-1555), Duits mineraloog, die constateerde dat bepaalde metalen bij de bereiding van tin de opbrengsten verminderden, het wegvraten als wolven. Vgl. voor de betekenis apatiet, blende, doleriet, kobalt, nikkel.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

wolfram o., uit Hgd. id., waarin het tweede lid = room; vergel. het syn. wolfschaum.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

wolfram: bep. “element” (Simbool W); Hd. wolfram, Eng. wolfram (gew. tungsten genoem), Ndl. wolfra(a)m, herk. onseker, maar NED doen a. d. hand wolf + Hd. rahm, “room; metaalskuim”.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

wolfraam (Duits Wolfram)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Wolframium (W, 74). De tungsten (Zw.; = zware steen), dien Cronstedt (1722—1765) in 1758 ontdekte, werd als ijzererts beschouwd en het mineraal wolframiet als bruinsteen. Scheele (1742—1786) isoleerde in 1781 uit tungsten het wolfraamzuur. Door Faustο d' Εlhuyar (1755—1833) werd hieruit in 1783 het element bereid, dat naar het mineraal wolframiet wolframium werd genoemd. Wolframiumverbindingen golden naast het tin, dat gezocht werd in de ertsen, als minderwaardig en gaven in den smeltoven een groot tinverlies. Als een wolf roofden zij het kostbare tin. Vandaar de Latijnse naam spúma lúpi (= schuim van den wolf) en de Franse naam écume de loup. Dezelfde betekenis zit waarschijnlijk ook in de namen wolframiet en wolframium, die volgens sommigen samenhangen met het Duitse wolfram (Dui. ram = vuil). In de Franse en Engelse talen bleven de namen tungstène, resp. tungsten gebruikelijk.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

wolfraam ‘chemisch element’ -> Indonesisch wolfram ‘chemisch element’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

wolfraam chemisch element 1720 [WNT] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut