Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

woestijn - (barre landstreek)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

woestijn zn. ‘barre landstreek’
Onl. wuostinna ‘woeste grond’ in sconitha uuostinnon ‘de schoonheden van de woestijn’ [10e eeuw; W.Ps.], als glosse in nove terre que vulgo wastina vocatur ‘het nieuwe (hier: nieuw te ontginnen) land, dat in de volkstaal woestijn genoemd wordt’ [1089; ONW]; mnl. woestine ‘woeste grond, onontgonnen grond, onbegroeide of verlaten landstreek e.d.’ in .ii. bunre. woistinen ‘twee bunder onontgonnen land’ [1212-23; VMNW], niet ... dan wildernesse ende woestine ‘niets dan wildernis en woestijn’ [1276-1300; VMNW], Sochtine in woude ende in wostinen ‘zocht hij hem in wouden en woestijnen (= overal)’ [1285; VMNW].
Ontstaan uit onl. wuostinna, een afleiding van wuosti ‘onbewoond, onontgonnen’, zie → woest. De klemtoon in dit erfwoord lag oorspr. op de eerste lettergreep; de klankwettige vorm zou dan ook mnl. *woestene (nnl. *woesten) luiden, zoals in het zn. vasten ‘onthouding van eten en drinken’, dat hetzelfde achtervoegsel heeft, zie → vasten. De klemtoon is al vroeg verplaatst naar de tweede lettergreep, wellicht onder invloed van Romaanse leenwoorden op mnl. -ine.
Os. wōstinnia, wōstunnia (mnd. wōstine); ohd. wuostin (vnhd. wüestin); ofri. wēstene, wōstene (nfri. woastine); oe. wēsten; < pgm. *wōstenja-, -jō-, *wōstunjō-.
Zie het jongere woord → woestenij voor het betekenisonderscheid tussen deze woorden.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

woestijn* [barre landstreek] {oudnederlands wuostin(n)a 901-1000, middelnederlands woestine} oudsaksisch wōstin(nia), oudhoogduits wuostinna, oudfries wōstene, wēstene, oudengels wēsten; van woest.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

vasten

De eigenlijke betekenis van het werkwoord vasten is: zich in acht nemen en ook: vasthouden. Waarschijnlijk is het woord evenals het woord kerk uit het Gotisch in het West-Germaans overgenomen. In het Middelnederlands luidde het vastine met het accent op de eerste lettergreep, in tegenstelling tot een woord als woestine dat het accent op de i had en daardoor nu woestijn luidt.

Een merkwaardige samenstelling is vastenavond, dat vaak vastelavond wordt uitgesproken. Hetzelfde ziet men in woorden als schrikkeljaar, werkeldag en in vroeger tijd: drinkelbier, schorteldoek en nog andere. De verklaring is dat de verbindingsklinker e die gevaar liep te verdwijnen, als reactie juist werd verzwaard tot – el.

Vastenavond is de dag vóór Aswoensdag, de dag voor de vasten beginnen, de dag van dolle pret. Het gebruik van het woord avond wijst op de oude Germaanse gewoonte de dag te beginnen met de zonsondergang van de vorige dag. Vandaar dat de dag die wij zaterdag noemen, in Duitsland veelal Sonnabend wordt genoemd. En het Engelse Christmas Eve is niet alleen de avond, maar de gehele dag voor Kerstmis.

Het werkwoord vasten: zich onthouden van het gebruik van spijs of drank in het bijzonder ter nakoming van kerkelijke gebruiken, hangt samen met het bijvoeglijk naamwoord vast en betekent eigenlijk: vasthouden aan bepalingen en dan speciaal aan onthoudingsbepalingen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

woestijn znw. v., mnl. woestine staat met verplaatst accent naast onfrank. wuostin(n)a, os. wōstinnia, wōstin, ohd. wuostinna, ofri. wōstene, wēstene v., oe. wēsten o. (v. m.) gevormd met het suffix -innjō, -unnjō van woest (zie ook: vasten).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

woestijn v., Mnl. woestine, Onfra. wuostinna, Os. wôstinnia + Ohd. wuostinna, Ags. wésten, Ofri. wôstene: het suffix is hetz. als en in ijzeren, dat niet dof geworden is en daarom den klemtoon op zich getrokken heeft.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

woestyn s.nw.
1. Dorre, kaal, sanderige landstreek. 2. Gebied of saak sonder enige afwisseling.
Uit Ndl. woestijn (1548 in bet. 1, 1867 in bet. 2), 'n afleiding van woest 'ongekultiveerd, leeg, verlate'. Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).
D. Wüste.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

roepende (een -- in de woestijn) (vert. van Latijn (vox) clamantis in deserto)

K. van Dalen-Oskam & M. Mooijaart (2005), Nieuw bijbels lexicon: woorden en uitdrukkingen uit de bijbel in het Nederlands van nu, uitgebreid met De Nieuwe Bijbelvertaling, Amsterdam

Iemand de woestijn in sturen of jagen, iemand als zondebok wegsturen; iemand ontslaan.

In het bijbelboek Leviticus wordt beschreven welke rituelen er moeten plaatsvinden op Grote Verzoendag (zie Verzoendag). Aäron neemt dan twee bokken en laat het lot bepalen welke bok voor God zal zijn en welke voor Azazel, de woestijndemon. 'De bok die door het lot voor de HEER bestemd is, moet hij als reinigingsoffer opdragen; de bok die door het lot bestemd is voor Azazel moet levend voor de HEER blijven staan om verzoening mee te bewerken, en daarna de woestijn in worden gestuurd, naar Azazel' (Leviticus 16:9-10, NBV). De betekenis 'iemand ontslaan' is uit die van 'iemand als zondebok wegsturen' afgeleid. Zie ook Zondebok.

Leuvense Bijbel (1548), Leviticus 16:10. Ende wiens lot valt opden wtgheschicten bock, dien sal hy leuende voor den Heere stellen dat hi op hem mach ghebeden storten, ende dat hy dien dan wtsende in die woestijne.
Een vlijmscherp polemisch artikel van W.F. Hermans in Podium van 1955 joeg Gans de reactionaire woestijn in. Gans is daar nooit geheel overheen gekomen. (NRC, nov. 1994)
Hoe neemt een Amerikaanse president afscheid van zijn eerste vertrouwensman als hij die, om zijn eigen huid te redden, de woestijn instuurt? (NRC, dec. 1994)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Woest, van een vermoedelijk Oudgerm. wastu = ledig, onbebouwd, woest. Verdere afl. is niet na te gaan. Afl. is woestijn, Mnl. woestine, met hetzelfde achtervoegsel als ’t oude ijn in eyghijn = (lijf)eigen; selverijn = zilveren, enz.; hiernaast bestond de Romaansche uitgang ie: woestenie, thans woestenij.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

woestijn ‘barre landstreek’ -> Negerhollands woestyne, wusteine ‘barre landstreek, wildernis’; Papiaments wustein ‘barre landstreek’; Sranantongo wustèin ‘barre landstreek’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

woestijn* barre landstreek 0901-1000 [WPs]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

2172. Een stem des roependen in de woestijn,

wordt gezegd van iemand die tevergeefs iets verkondigt, naar wien men niet luistert. Ontleend aan de geschiedenis van Johannes den Dooper (Jes. XL, vs. 3; Matth. III, 3), wiens prediking evenwel niet te vergeefs was. Wij geven aan de woestijn de beteekenis van ‘een ijle ruimte, waarin geen levend wezen zich ophoudt en alwaar dus de stem weerklinkt maar zonder door iemand gehoord te worden’ (Zeeman, bl. 449In de Vulgaat: vox clamantis in deserto.). In Jes. XL, 3 lezen wij: ‘Daar klinkt het: baant in de woestijn den weg van Jahwe, effent in de wildernis een heirbaan voor onzen God. Bij het aanhalen van vs. 3 in het N.T. wordt Daar klinkt het (letterlijk Eene stem die roept of de stem van een roepende) ten onrechte verbonden met in de woestijn, dat in het Hebreeuwsch vóór baant staat, en wordt in de wildernis weggelaten, zoodat het optreden van Johannes den Dooper in de woestijn in Mattheus en Marcus de vervulling schijnt te zijn van deze profetie’. Zie de Leidsche Bijbelvertaling II, bl. 468.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut