Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

woest - (wild; agressief, kwaad)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

woest bn. ‘wild; agressief, kwaad’
Onl. wuosti ‘onbewoond, verlaten, onontgonnen’ in Uuerthe uuonunga iro uuosti ‘moge hun woning leeg raken’, An erthon uustera ‘op de verlaten aarde’ [beide 10e eeuw; W.Ps.]; mnl. woeste, ook ‘onstuimig, wild’ [1240; Bern.], ‘onherbergzaam’ in dat woeste babilonien [1287; VMNW], ‘kwaad, razend’ in Die van Ypre waren woeste ‘de Ieperlingen waren razend’ [1315-35; MNW-R].
Os. wōsti (mnd. wōste); ohd. wuosti (nhd. wüst); ofri. wōst (nfri. woast); oe. wēste (maar me. west is vervangen door waste, ontleend aan Oudfrans wast, zie onder); alle oorspr. ‘onbewoond, leeg, verlaten’, < pgm. *wōsta-, *wōsti-.
Verwant met: Latijn vāstus (de klinkerlengte is onzeker) ‘leeg, verlaten; onmetelijk groot’ (Oudfrans wast, gast ‘onbewoond, geruïneerd’, met anlaut o.i.v. het West-Germaanse woord; Nieuwfrans vaste ‘uitgestrekt, wijd’ is een jongere Latijnse ontlening); Oudiers fás ‘leeg’. Mogelijk ontwikkeld uit pie. *(h1)ueh2-sto- (IEW 346), afgeleid van de wortel *h1ueh2- ‘verlaten, opgeven, ophouden’ (LIV 254), zie → wan(-).
Oorspr. heeft het Germaanse woord meestal betrekking op land dat onbewoond en/of onontgonnen is of braak ligt, al dan niet door menselijk toedoen (bijv. plundering). Met betrekking tot personen kon de betekenis via ‘onstuimig’ overgaan op ‘agressief’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

woest* [wild] {oudnederlands wuosti 901-1000, middelnederlands woest(e) [onontgonnen, verwoest, verlaten, leeg, ruw, wild]} oudhoogduits wuosti, oudsaksisch wōsti, oudfries wōst, oudengels wēste; buiten het germ. latijn vastus [eenzaam en verlaten, lomp], oudiers fás [leeg].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

woest bnw., mnl. woeste, woest ‘onontgonnen; verwoest; beroofd van; ruw, onbeschaafd’, onfrank. wuosti, os. wōsti, ohd. wuosti (nhd. wüst), ofri. wōst, oe. wēste ‘woest, onontgonnen, onbewoond, leeg’. — lat. vāstus ‘woest, verwoest, leeg’, oiers fās ‘leeg’, fāsach ‘woestijn’, mogelijk te verbinden met de idg. wt. *u̯a: *eu:, waarbij ook wan 2 (IEW 346).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

woest bnw., mnl. woeste, woest “ongecultiveerd, leeg, zonder hulpmiddelen, woest”. = onfr. ohd. wuosti (nhd. wüst), os. wôsti, ofri. wôst, ags. wêste “woest, ongecultiveerd, onbewoond, leeg”, wsch. germ. *wôstu-. Verwant met ier. fâs “leeg”, fâsach “woestenij”, lat. vâstus “verlaten, verwoest, leeg”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

woest bijv., Mnl. woeste, Onfra. wuosti, Os. wôsti + Ohd. wuosti (Mhd. wüeste, Nhd. wüst), Ags. wéste, Ofri. wóste + Lat. vastus, Oier. fós.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

weus verouderd, (bn.) woest; Aajdnederlands wuosti <901-1000>.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetensckap en Kuns

woes: onbewoon; onbeskaaf; losbandig; Ndl. woest (Mnl. woest(e), by Kil woest/wuest), Hd. wüst, hou blb. verb. m. Lat. vastus, “leeg, onbewoon, woestynagtig”; hierby woesteny en woestyn.

Thematische woordenboeken

K. van Dalen-Oskam & M. Mooijaart (2005), Nieuw bijbels lexicon: woorden en uitdrukkingen uit de bijbel in het Nederlands van nu, uitgebreid met De Nieuwe Bijbelvertaling, Amsterdam

Woest en ledig, onherbergzaam.

Gebruik van de verbinding woest en ledig om aan te geven hoe onherbergzaam (en schaars bewoond) een bepaalde streek is, is geïnspireerd door Genesis 1:2, waar de aarde beschreven wordt zoals zij vóór de schepping was: 'De aarde nu was woest en ledig, en duisternis lag op de vloed, en de Geest Gods zweefde over de wateren' (NBG-vertaling; de NBV kiest voor 'doods' in plaats van 'ledig'). De uitdrukking is in gevoelswaarde minder neutraal dan onherbergzaam, maar geeft door de plechtige, statige wijze van spreken ofwel een versterkte betekenis ofwel een ironisch accent.

Deux-Aesbijbel (1562), Genesis 1:2. Ende de Aerde was woest ende ledich.
[Kop:] Wild, woest en ledig. Boerderijen en veengronden moeten wijken voor moerassen en plassen. (NRC Handelsblad, 11-4-98, p. 41)
Nu ik hem hoor [...], / Besef ik dat de wereld pas begint. / Wat geeft het of ze woest en ledig is? (G. Komrij, Alle gedichten tot gisteren, 1994 (De eeuwige tocht, 1993), p. 452)
Gezellig wandelen deed je daar niet, het waren 'woestenijen' die 'ontgonnen' moesten worden, gevaarlijke oorden die je het best kon negeren, als je ze niet kon temmen. In de jeugd van mijn vader weerklonken al andere stemmen, maar voor de meeste Nederlanders van toen was ongerepte natuur toch voornamelijk aarde, die 'woest' was en 'ledig'. (G. Mak, Het ontsnapte land, 1998, p. 24-25)
Het landschap dat zich onder het vliegtuig vertoont is woest en ledig, (L. Hacquebord, R. de Bok, Spitsbergen 79° N.B. Een Nederlandse expeditie in het spoor van Willem Barentsz, 1981, p. 50)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Woest, van een vermoedelijk Oudgerm. wastu = ledig, onbebouwd, woest. Verdere afl. is niet na te gaan. Afl. is woestijn, Mnl. woestine, met hetzelfde achtervoegsel als ’t oude ijn in eyghijn = (lijf)eigen; selverijn = zilveren, enz.; hiernaast bestond de Romaansche uitgang ie: woestenie, thans woestenij.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

woest ‘wild; onbebouwd’ -> Duits dialect wuste, woiste, wöste ‘(over landstroken) onbebouwd’; Zuid-Afrikaans-Engels woes ‘wild, woedend’ ; Papiaments † woest ‘wild’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

woest* wild 0901-1000 [WPs]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut