Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

woerhaan - (fazantenhaan)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

woerhaan zn. ‘fazantenhaan’
Mnl. woerhane ‘fazantenhaan’ [ca. 1483; MNW]. Daarnaast woerhoen ‘fazant’, dat toevallig eerder is geattesteerd, als vor hoenre (lees worhoenre, mv.) [midden 14e eeuw; Verdam 1890], en woerhen ‘vrouwtjesfazant’, dat nog eerder is geattesteerd, als onl. worhenna (glosse) [1151-1200; ONW].
Mnd. ūrhōn ‘auerhoen; korhoen’; ohd. ūrhano, -huon ‘auerhaan, -hoen’ (nhd. Auerhahn, -huhn, zie ook het leenwoord → auerhaan); oe. wōrhana ‘fazant’; < pgm. *ūra-hanō-, -hōn-. Het tweede lid is → haan resp.hoen. Het eerste lid is wrsch. hetzelfde als in ohd. ūr-ohso ‘oeros, historische rundersoort’, zie → oeros, de w is in dat geval problematisch. Het komt in die betekenis ook als simplex voor: pgm. *ūrōn (ohd. ūro) en *ūra- (ohd. ūr, oe. ūr, on. úrr), terwijl een nevenvorm met geminaat, pgm. *urr- voorkomt in: ohd. orra-hano, -huon ‘auerhaan, -hoen’; on. orri ‘korhoen’ (nzw. orre ‘id.’).
De Noord-Germaanse vormen wijzen op een n-stam die door o.a. Hellqvist gereconstrueerd wordt als urz-án met latere assimilatie van de z aan de r. De Germaanse vormen laten echter ook een Kluge-analyse toe: nominatief *ūrō(n) gen. *urraz < *umaz. In dat geval is het woord eventueel te verbinden met een wortel voor ‘regenen’ (metaforisch ‘beregenen van de vrouw’) op grond van Latijn ūrīna ‘urine’ en Oudnoords úr ‘motregen’ (< pie. *uh1-r-, zie → urine). Als er een z (uit *s) in de wortel gereconstrueerd wordt, is die te verbinden met: Latijn verrēs ‘beer (mannetjesvarken)’; Sanskrit vŕṣan- ‘mannetjesdier, man’, vrṣabhá ‘mannelijk; stier, bevruchter, man’; Avestisch varəšna- ‘mannelijk’, varšna- ‘ram’; Litouws ver̃šis ‘stier, os, kalf’; uit pie. *urs(-en)- ‘mannelijk, mannetjesdier’. Schrijver (2001) stelt daarentegen voor, dat pgm. *ūr-, *urr- ontleend is. De brontaal zou Proto-Laps *orēs ‘man’ zijn (vanwaar Laps orra ‘mannetjesrendier’, Fins urho ‘held’, uros ‘held; mannetjesdier’), of anders een onbekende Noord-Europese substraattaal waaruit dan ook de Lapse en Finse woorden zijn ontleend. De oorspr. Germaanse betekenis is dan wrsch. ‘oeros’, waarbij de vogelnaam verklaard kan worden als “grote” hoendersoort of als ‘dier waarop graag gejaagd wordt’. De aanvangs-w in het Nederlands en Oudengels is in deze analyse niet te verklaren.
Woerhaan, -hen als benamingen voor de mannetjes- resp. vrouwtjesfazant en het algemene woord woerhoen ‘fazant’ zijn in het Nederlands niet (meer) algemeen bekend.
Lit.: J. Verdam (1890), ‘Dietsche verscheidenheden: XCVIII. Uwerhaen’, in: TNTL 9, 236-243; Schrijver 2001, 421-422

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

woerhaan* [fazantenhaan] {woerhane ca. 1483} oudengels wōrhona en, zonder w, middelnederduits urhane, oudhoogduits or(re)han, urhuon, oudnoors orri; buiten het germ. grieks arrèn [mannelijk, sterk], oudindisch ṛṣan-; de oorspr. betekenis zal zijn ‘mannelijk dier’.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

woerhaan znw. m., mnl. woerhāne, ‘fazante haan’, oe. worhona m. ‘korhaan?’ en mnl. woerhinne, oe. worhen(n) v. — Het woord heeft een vreemde en onopgehelderde w naast ohd. ūrhuon o. ‘korhaan’ (nhd. auerhahn), mnd. ūrhane (> nde. urhane). Deze vorm is ook secundair naast ohd. orrehan, orhan, waarvan het 1ste lid beantwoordt aan on. orri, nzw. orre < germ. *urzan, dat eig. ‘de mannelijke vogel’ betekent. Men verbindt het met idg. *ṛsan vgl. gr. érsēn, árrēn ‘mannelijk’, oi. ṛṣabha ‘stier’ bij oi. arṣati ‘stromen’ (hier van het zaad) van idg. wt. *eres ‘vocht, stromen’ (IEW 336), zie ook: ras 3.

Dat de vogel juist als het mannelijke dier werd aangeduid wil Suolahti 249 verklaren door het balderen van de korhaan. — Deze etymologie wordt nog versterkt door nzw. orne (< *urznan) ‘ever’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

woerhaan, woerhen znww., mnl. woerhāne m., -hinne v. = ags. wôrhona m., wsch. “korhaan”, v. wôrhen(n). De etymologie van ’t eerste lid en de verhouding tot ohd. ûr-huon o. “korhoen” (nhd. auerhahn m., -huhn o.) zijn onzeker. Men neemt wel ablaut aan, verder ohd. wuorag “in een roes”, on. ǫ̂rr “hevig, geweldig, waanzinnig”, zwits. ûr “stormachtig, (van een mensch) grof, heftig”, noorw. zw. yr “wild, geil” vergelijkend: zeer vaag en onzeker, te meer aangezien ohd. ûrhuon. eer een jongere vorm naast ’t synonieme orre-huon o. is, dat niet van on. orri m., zw. orre “korhoen” te scheiden is: wsch. ospr., zooals nog gew., van ’t mannelijke dier gebruikt en daarom met gr. érsēn, árrēn, oi. ṛṣán- “mannelijk” (de combinatie hiermee van ier. eirr “wagenstrijder” is te vaag) gecombineerd; voor ndl. woer-, ags. wôr- herinnert men wel aan oi. vṛṣán- naast rsán-: eer echter moeten we voor ’t oudere Oergerm. slechts één grondvorm aannemen: maar welken?

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

woerhaan m., Mnl. woerhane + Ags. wórhana + Skr. vṛṣā, met synon. ṛṣa- = mannelijk: met dit laatste is verwant On. orri (Zw. orre, De. aarfugl), Ohd. or(re)huon met bijvorm ûrhuon (Nhd. auerhahn).

Thematische woordenboeken

K.J. Eigenhuis (2004), Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen, Amsterdam

Woerhaan Benaming voor een Fazantenhaan. Evenzo is Woerhen een benaming voor de Fazantenhen [vD 1970]. Ws. zijn het vooral jagerstermen. Aangezien men vermoedt dat de Romeinen de Fazant bij ons (in de Lage Landen) geïntroduceerd hebben, kan de naam Woerhaan niet ouder zijn dan uit de romeinse tijd, tenzij hij daarvóór voor een andere (inheemse) soort heeft gestaan (bijv. het Korhoen).
ETYMOLOGIE N Woerhaan worhona (= Korhoen?). Om verwantschap met ohd or(re)han (>D Auerhuhn) (vgl. sub Auerhoen) aan te nemen, moet de w- verklaard worden, en dat lukt niet [vgl. echter mb.00B,17 en vgl. sub Korhoen]. Tenzij voor het mnl woord een contaminatie met mnl woert ‘mannetjes-Eend’ zou worden aangenomen. [Vgl. Wilms 960528,5v voor verschillende overwegingen]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut