Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

woerd - (mannetjeseend)

Etymologische (standaard)werken

Michiel de Vaan (2014-2018), Addenda EWN, gepubliceerd op www.neerlandistiek.nl"

woerd, waard zn. ‘mannetjeseend’
Als oudste attestatie wordt Mnl. woerde mv. (1380, Kameraarsrekeningen Utrecht) aangezien. Maar dat het hier daadwerkelijk om ‘woerden’ en niet om ‘woorden’ gaat lijkt me, gezien de context, heel onzeker; de brontekst zou opnieuw bestudeerd moeten worden.
Nnl. woert, mv. woerden (1520–1530, Noord-Holland), woorde (1567, NHol.), weert (1622), waertvogel (1636), waard (1811). Vanaf Bredero (1612) vinden we de woordspelende uitdrukking De woorden syn wel goet, maar d’Eenden leggen d’eyeren.
wartel zn. ‘mannetjeseend’
Nnl. wertel (1623, Zeeland), wartel (1625, Cats, Zeeland).
Dialectvormen: (1) Noord-Holland woerd, woort, oostel. Zuid-Holland waard, Goedereede waerd, Alblasserwaard en westel. Utrecht weerd, wèèrd, Groningen, noordelijk Nedersaksen waord (uit waard), Drente en Veluwe woerd; (2) Zeeuws wertel, waertel; (3) wedik, wiedik in Twente en Westfalen, week(e), wèèk(e) in Overijssel en de Achterhoek; (4) winder, wuunder, wiender, wendel, wenderik en varianten in een brede strook van oostelijk Utrecht, via het oosten van het Rivierengebied en Noord-Brabant, Antwerpen en Vlaams Brabant tot incl. de beide Limburgen.
Verwante vormen: Mnd. warte (1460), Nnd. dial. wart, woort (Holstein, Ostfriesland).
In de standaardtaal vinden we de overgang van aa tot oo en oe tussen w en r + dentaal ook in zwoerd uit *swardu- (eerste attestatie met oe in 1485, met oo in 1567). De vorm waard, waarop woerd en woord teruggaan, kan uit ouder *ward- of *werd komen, vgl. paard uit *perd en andere gevallen. Het Zuidnederlands bewijst *werd- (zie hieronder). Nederduits warte en Zeeuws wartel suggereren dat de t oorspronkelijk is, maar de vorm woorde uit 1567 wijst op d. Het meest voor de hand liggend is dan dat de oudste vorm op een -d eindigde die op het woordeinde tot -t werd, en dat die t her en der gegeneraliseerd werd.
De etymologie geldt als onbekend. Goossens 2001 biedt een interessante mogelijkheid, nl. een oude samenstelling van *wera- ‘man’ en *anad- ‘eend’, met het suffix -er voor mannelijke persoons- en dierennamen (als in kater en, vooral, gander ‘mannetjesgans’). Voor het type samenstelling vergelijk Germaans *wera-wulfa-weerwolf’, eig. ‘man-wolf’. Die etymologie past Goossens toe op dialecttype (4) wender(ik), waarvoor het vocalisme van de zuidelijkste dialecten een ouder *wern(d)er(ik) bewijst. Over het type waard laat Goossens zich niet uit, maar het lijkt me dat het evenzeer uit *wer-anad-, ONl. *weren(e)d-, kan komen. De gereduceerde variant *wernd- kon de n verliezen, waarna *werd- resulteerde dat dan de geattesteerde vormen opleverde. Voor woorde en warte kunnen we een mannelijke n-stam aannemen.
Het Westfaalse wedik is al ca. 1420 als wedic geattesteerd, in 1495 in Deventer als weeck, en werd blijkens de Mecklenburgse dialecten al in de 13e eeuw door migranten uit Westfalen zonder r meegebracht. Het kan dus niet op *werdik teruggaan. De etymologie geldt als onbekend. Denkbaar is een afleiding van het Germaanse ww. *wedan ‘verbinden, jukken’ (Got. -widan, Ohd. giwetan), in de betekenis ‘partner’. De verklaringen uit een lokroep of als Slavisch leenwoord, die Weijnen in zijn Etymologisch dialectwoordenboek (2003) geeft, zijn beide niet overtuigend.
Literatuur: Goossens, Jan. 2001. Over een bokkesprong van de r, een mannelijke eend en een zweertje op het ooglid. Taal en Tongval 53, 207–223.
Kaarten: Goossens, Jan. 1988-1994. Sprachatlas des nördlichen Rheinlands und des südöstlichen Niederlands. “Fränkischer Sprachatlas”. Marburg. Deel 3A, kaart 29 ‘Enterich’. Heeroma, Klaas. 1957-1963. Taalatlas van Oost-Nederland en aangrenzende gebieden. Deel 1, kaart 8. Kroes, Ja. Chra. 1935. TNTL 54, 245. T. van Veen 1964. Utrecht tussen oost en west. Studies over het dialect van de provincie Utrecht. Assen, p. 90, kaart 12.

[Gepubliceerd op 23-02-2017 op Neerlandistiek.nl]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

waard2* [mannetjeseend] {1701} het woord is zeker ouder, hoewel niet aangetroffen in het middelnl., want de vormen middelnederlands woert, woort {1380} zijn secundaire dialectvormen, met oe, oo < aar; vgl. nederduits, fries warte; etymologie onbekend → woerd1.

woerd1* [mannetjeseend] {woert, woort 1380} nevenvorm van waard2.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

waard 1, woord, woerd znw. m. ‘mannetjeseend’; woord en woerd zijn bijvormen (eig. dialectische overgangen van ā > ō en oe voor volgende r + dentaal, evenals in zwoord en zwoerd), mnl. woert, woort. Men moet uitgaan van de grondvorm *wert, blijkens dial. nnl. wertel en mnd. warte. — Het woord is beperkt tot nnl. nnd. en fri., vgl. nog holst. warte, oostfri. wārte, wōrte, noordfri. wörd. — Verder geen aanknopingen; misschien een substraatwoord?

In Oost-Nederland vinden wij de vormen wåård en wůůrd in Groningen en Midden-Veluwe; daarnaast komen voor week of wedik in Overijsel, de Achterhoek en O. Veluwe; winder, wünder, wůnder in Noord-Limburg en Oostel. Ν. Brabant en de Betuwe, O. Veluwe en Utrecht; eindelijk in Friesland jerk (zie K. Heeroma, Taalatlas van Oost-Nederl. Nr. 8). — Met nl. kolonisten is dit woord naar het Weichselgebied overgebracht, waar het heet woat (< wort), vgl. Mitzka, Album Blancquaert 1958, 223.

woord 2 znw. ‘mannetjeseend’, zie: waard 1.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

waard I (mannetjeseend), met de — oorspr. dial.; vgl zwoord, zwoerd — bijvormen woord, woerd, reeds mnl. woert m. De d is secundair voor t blijkens de dial. afl. wertel “waardˮ en mnd. warte “id.ˮ. Een ndl.-ndd.-fri. woord: vgl. o.a. nog holst. warte, oostfri. wârte, wôrte, noordfri. wörd “id.ˮ. Oorsprong onzeker evenals van de synoniemen md.-ndd. en vla. erpel (reeds mnl.), mnd. wedich e.a.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

waard I (mannetjeseend). De combinatie van mnl. erpel met ohd. ërpf ‘fuscus’, ags. earp, eorp ‘donkerkleurig’, on. jarpr ‘roodbruin’ (Schönfeld IF. Anz. 32, 60; vgl. on. jarpi ‘hazelhoen’) is althans mogelijk. Bij de idg. kleurnaam, die hieraan ten grondslag ligt brengt men verder lett. ir͂be ‘patrijs (e.a.)’, ksl. jarębĭ, jerębĭ ‘patrijs’ en andere slav. woorden voor hoenderachtige vogels (vgl. russ. rjab ‘bont’). Verder behoort hierbij laat ohd. rëpahuon (hd. rebhuhn) o. ‘patrijs’ en wsch. on. refr m. ‘vos’ (zie vos Suppl. ).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

waard 4 m., met bijvormen woerd, woord en dimin. wertel (mannetjeseend) + Ndd. warte, Fri. id.: oorspr. onbek.

Thematische woordenboeken

K.J. Eigenhuis (2004), Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen, Amsterdam

Waard Algemene benaming voor het ‘mannetje van de Eend’ [vD 1904]; heterofoon van Woerd ↑ en Woord.

Woord Algemene benaming voor het ‘mannetje van de Eend’ [vD 1904]; heterofoon van Woerd ↑ en Waard.

Woerd Algemene benaming voor een mannetjes-Eend. Het is een bijvorm, evenals Woord [Houttuyn 1763 p.64] van N Waard. Zeeuws Waertel en Wertel (= Woerd) zijn afleidingen (verkleinvormen) van Waard.
ETYMOLOGIE NEW neemt de grondvorm *wert aan, maar verder zijn er volgens deze bron geen aanknopingspunten. Ook De Tollenaere (in litt. 020613) meent dat de oorsprong van het woord onduidelijk is, maar dat niettemin Woerd secundair zou kunnen zijn aan Waard (de [oe]-klank is ws. ontstaan uit [aa] onder invloed van de voorafgaande w; vgl. de ontwikkeling van zwoerd). De Tollenaere oppert dat Waard ‘mannetjes-Eend’ identiek kan zijn met waard ‘heer des huizes’ en met oudengels weard ‘wachter, beschermer’. Het zou een geschikt benoemingsmotief voor de ‘mannetjes-Eend’ kunnen zijn: hij waakt a.h.w. over het broedende ♀ Suolahti 1909 verbindt ook met oudengels weard en met oudnoords vörðr ‘id.’ (dit is D Wart).
NEW 1992 bespreekt een aantal dialectwoorden, die ook alle ‘Woerd’ betekenen. De meeste van deze vertonen de letters w, n, d en r. Dit zijn dan dezelfde medeklinkers als in Woerd, plus de n (uit Eend). Het volgende schema zou een hypothese voor het ontstaan van bijna al deze woorden kunnen zijn: 1. *wer-ened 2. *wer-ent 3. *wer-anið 4. *wer-enderik.
1. > *werned, met r-metathesis: > mnl/N wender (eventueel + suffix -ik: We(e)nderik; vgl. ook Weenk, Wink en Wierk) > wendel en >mnl winder, winre [MH 1932] > Wiender.
2. > *wernt > *wert >warte > waard > mnl woert, woort [MH] > N woerd, woord [*wert > wertel].
3. (met r-metathesis) > *waarnd > waard > woord > woerd.
4. > *wrenderik, met dissimilatie: > we(e)nderik > wedik > wiedik, tevens uit *wrenderik: > wierek > weenk > wink(e) ↑.
Voor fries jerk(e) andrake zie Jerk en Ganzerik (sub Gans) (zie ook ViF p.186). Bij de hier geschetste ontwikkelingsgang vallen zowel een -n- als een -d- uit; in mijn modellen valt alleen (sub 2. en 3.) een -n- uit. De etymologie van Jerk verschilt dus van die van Woerd, omdat het mannelijk element (wer-) bij Woerd voorop geplaatst is, terwijl bij andrake juist het tweede deel (-drake of waarschijnlijker -rake) de mannelijke betekenis in zich draagt.
Vlaams/brabants Erpel ↑ (met r-metathesis: elper) staat apart. Verbinding met oudengels eorp ‘donker’ en ohd erpf ‘donker’; oudnoords jarpr ‘id.’ Zie ook sub Raep-hoen.
De samenstellingen 1. t/m 4. waarvan uitgegaan wordt, zijn niet overgeleverd (dus: *). Maar de samenstellende elementen wél: wer ‘man’ is overgeleverd in mnl werwolf [NEW 1992] en ened ‘Eend’ is overgeleverd in de plaatsnaam Enedseae (= Ens) (793, copie begin/midden 10e eeuw; zie sub Eend). – Wat enderik sub 4. betreft, wordt voor het gemak uitgegaan van de N tegenhanger (in de moderne vorm) van D Enterich ‘woerd’; dus *wer-enderik is dubbelop mannelijk. vD 1961 vermeldt weenderik ‘woerd, mannetjes-Eend’, naast het mogelijk verwante weenk ‘Rietgans’. [mb.00B,17]

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

woerd* mannetjeseend 1380 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut