Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

woelen - (zich onrustig bewegen; wroeten)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

woelen ww. ‘zich onrustig bewegen; wroeten’
Mnl. woelen ‘wroeten, de handen of een voorwerp door iets heen werken’ in Een crone brochten si ... Van scaerpen doornen, die zy zwonghen Op hu hovet ... Ende woelden u ter selver tijt Die tacken in u heersene diep ‘een kroon van scherpe dorens brachten zij, die zij met een ruk op uw hoofd zetten en zij drukten u tegelijk de doorntakken diep in uw schedel’ [1350-1400; MNW-R], ende legghen liever inder messen ende woelen ‘en liggen liever in de mest te wroeten’ [1437; MNW-R]; vnnl. woelen ‘drukte maken, zich onrustig bewegen’ in die woelende scaren ‘de rumoerige menigte’ [1531; iWNT], het woelen van den patient [1624; iWNT].
Mnd. wolen ‘wroeten, omwoelen’; ohd. wuolen ‘id.’ (nhd. wühlen); nfri. woel(j)e ‘id.’; < pgm. *wōlijan-.
Herkomst onduidelijk. Misschien ablautend verwant met de wortel pgm. *wall-, *well- ‘draaien, wentelen’ zoals besproken onder → wellen 1. Een andere mogelijkheid (Kluge21) is verwantschap met pgm. *wōla- (ohd. wuol ‘nederlaag’, oe. wōl ‘pest’) en ablautend pgm. *wala- ‘dood’ (nhd. Walstatt ‘slagveld’). Bij de wortel pie. *uelh3- ‘slaan’ (LIV 679) van onder andere Latijn volnus ‘wond’ en vellere ‘plukken, losrukken’ (zie behalve wühlen ook Walstatt), Tochaars walu ‘dood’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

woelen* [zich onrustig bewegen] {1350} middelnederduits wolen, oudhoogduits wuolen [in beweging brengen]; ablautend bij walen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

woelen ww., mnl. woelen, mnd. wōlen ‘in beweging brengen, woelen’, ohd. wuolen ‘in beroering brengen’ (nhd. wühlen). Het woord zal wel in ablaut staan met walen en bet. dus eig. ‘heen en weer rollen’.

Het is misschien beter hiermee niet rechtstreeks te verbinden vla. woelen, oelen, mnd. wōlen ‘een band scherp toehalen’, die men eerder zou willen rekenen tot de idg. wt. *u̯el ‘rukken, trekken’, waartoe ook behoren germ. wala- in os. waldād ‘moord’, ohd. wal, oe. wœl ‘slagveld, bloedbad, de lijken op het slagveld’, on. valr ‘de lijken op het slagveld’ en abl. ohd. wuol ‘nederlaag, epidemie’, os. wōl, oe. wōl m. v. ‘epidemie’; vgl. verder oiers fuil ‘bloed’ gr. oulḗ ‘wonde’, lat. vellere ‘plukken, scheuren’, volnus ‘wonde’ (IEW 1144-5).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

woelen ww., mnl. woelen. = ohd. wuolen “in beroering brengen” (nhd. wühlen), mnd. wôlen “id., woelen”. Ablautend met walen. ’t Zelfde woord is vla. woelen, oelen “een band scherp toehalen”, mnd. wôlen id.”, oorspr. = “winden”. Formeel identisch met obg. valją, valiti “wentelen”. Hierbij ook ohd. wal o., wuol m. “nederlaag, slachting, bloedbad”, os. wal-dâd v. “moord”, ags. wæl o., on. valr m. “de gesneuvelden”, os. wôl m., ags. wôl m. v. “pestziekte”, os. wôlian “demoliri”? Mnl. woele “troebelen, woelingen” van woelen.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

woelen. Ohd. wal, wuol en de andere germ. woorden met bett. als ‘slachting, dood’ enz. zullen wel niet verwant zijn, hoewel de voorgeslagen combinaties van deze woorden buiten het Germ. onzeker zijn: lit. vẽlės, vė̃lės ‘schimmen van afgestorvenen’ en/of čech. váleti ‘beoorlogen’, valka ‘oorlog’; ier. fuil ‘bloed’. Ook heeft men ze willen afleiden van de basis *x-, bij wond in fine besproken.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

woelen ono.w., Mnl. id. + Ohd. wuolen (Mhd. wüelen, Nhd. wühlen); daarbij Ohd., Mhd. wuol = neerlaag, Agd. wôl = pest, Ohd., Mhd. wal = slagveld, On. valr = lijken op een slagveld + Osl. valiti = wentelen: abl. bij walen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

woel ww.
1. Onrustig wees, heen en weer beweeg. 2. Vroetel. 3. Om iets of om mekaar draai. 4. Besig wees, haastig heen en weer of deurmekaar beweeg. 5. Alle kragte inspan. 6. Aanval, verset, lastig maak.
In bet. 1, 2 en 3 uit Ndl. woelen (al Mnl.). In bet. 4 uit Ndl., gewestelik in S.O.Nederland in die vorm woelen (1548). In bet. 5 uit verouderde Ndl. woelen (1560). Bet. 6 het in Afr. self ontwikkel. Eerste optekening in Afr. in bet. 4 in Patriotwoordeboek (1902).
D. wühlen (11de eeu).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

woel: besig wees, kragte inspan; aanval, opdons; om iets draai; Ndl. woelen (Mnl. woelen), Hd. wühlen, hoofs. Germ. en herk. hoërop onseker.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Walgen, schijnt verwant met ’t Mnl. wallen = in golvende beweging zijn; waarbij ook: woelen en walm (z. d. w.). Walgen zou dus bet.: bij golven uitbraken.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

woelen ‘zich onrustig bewegen’ -> Negerhollands woel ‘zich onrustig bewegen, rollen’; Papiaments hul (ouder: woel) ‘zich onrustig bewegen’; Saramakkaans buli ‘zich onrustig bewegen’.

woelen ‘touwwerk met dunner touw omwinden’ -> Deens vule ‘sjorren, omwinden’; Noors vule ‘twee voorwerpen door sjorren met touwwerk aan elkaar bevestigen.’; Zweeds vula ‘iets (vaak rondhout of touw) met oude touwen of zeildoek bekleden om slijtage tegen te gaan of om geluid te dempen’; Fins wuulata ‘touw of zeildoek als slijtagebescherming om het rondhout heen winden’ ; Negerhollands woel, wul op ‘inwikkelen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

woelen* zich onrustig bewegen 1350 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut