Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

wip - (wipplank)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

wip* in de uitdrukkingen op de wip zitten [bij het stemmen de doorslag geven] {1901-1925} is ontleend aan het spelen met de wip, waarbij aan elke kant een kind zit en een derde, in het midden, door zijn gewicht te verplaatsen uitmaakt naar welke kant de wip uitslaat. In op de wip staan [op het punt staan zijn baan te verliezen, gewipt te worden] {1901-1925} is ‘wip’ een afkorting van wipgalg, een oud strafinstrument.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

wip znw. v., mnl. wippe, wip v. ‘wipgalg, wip’, mnd. wippe v. ‘op-en-neergaande werktuigen’ (> nhd. wippe), vgl. ohd. wipf m. ‘zwaai, vlugge beweging’. — Verbaalnomen bij wippen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

wip znw. Kil. wip, wippe (het laatste als voorwerpsnaam), mnl. wip(pe) v “wipgalg, wip”. Evenals ohd. wipf m. “zwaai, vlugge beweging”, mnd. wippe v. naam van verschillende op-en-neer-gaande werktuigen (> nhd. wippe v.) bij ’t ww. wippen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

2wip s.nw.
1. Toestel om diere mee te vang. 2. Handeling van te wip (1wip), sprong. 3. Wipplank.
Uit Ndl. wip (1653 in bet. 1, 1802 in bet. 2, 1813 in bet. 3). Eerste optekening in Afr. in bet. 1 by Mansvelt (1884).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

wip: s.nw. en ww., springplank; sprong; toestel om diere te vang; (as ww.) spring; aanstellerig wees; Ndl. wip en wippen (Mn1. wip(pe) en wippen, so by Kil), Hd. wippe en wippen, hou mntl. verb. m. Lat. vibrāre, “bewe, tril”.

Thematische woordenboeken

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

wip. In de 18de en 19de eeuw komt de verwensing loop naar de wip! voor. De betekenis en functie van deze formule is geheel vergelijkbaar met die van loop naar de pomp! In ons hedendaags materiaal vonden wij tevens krijg de wip!, een verwensing die boosheid, woede enz. uitdrukt. Nog gewoon in Deventer. De wip was tot het begin van de 18de eeuw een martelinstrument dat diende om de veroordeelde aan de op de rug gebonden handen op te hangen en één keer of meermaals plotseling te laten neervallen, resp. om hem op-en-neer te bewegen boven een vuurhaard. Sanders en Tempelaars (1998) zoeken de verklaring dichter bij huis en zien in krijg de wip! een variant van krijg het heen-en-weer! In Vlaanderen tekent Mullebrouck (1984) op ge kunt naar de wup waaien! Wup is een geronde variant van wip. De emotionele betekenis van de verwensing duidt op onverschilligheid en minachting en kan omschreven worden als ‘je interessert mij absoluut niet meer, voor mijn part zie ik je nooit meer terug’.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

wip ‘wipplank; snelle beweging’ -> Engels whip ‘zweep(slag); met zweep vergelijkbaar voorwerp; snelle beweging’; Noors vippe ‘wipplank’ (uit Nederlands of Nederduits); Esperanto vipo ‘zweep’ ; Papiaments wep ‘wipplank; op de wipplank op en neer gaan’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

wip* wipplank 1813 [WNT]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1158. Klaar is Kees!

misschien eene verbasterde uitdr. voor klaar is de kees (= de kaas), zooals de zegswijze nog luidt in het Nederduitsch do wêr de Kâs klâr en klâr is d' Kês (Eckart, 247; 268; Hoeufft, 286; Taalgids IV, 286); Zuid-Afrik. dit is klaar met Kees (Boshoff, 339). Ook in Zuid-Nederland Klaar is Kees, ik ben gereed; mijn werk is af (Waasch Idiot. 803; Antw. Idiot. 2237); oostfri. klâr is Kés en klâr was Kêsje, harr' se man 'n man (Ten Doornk. Koolm. II, 203 b); fri. klear is Kees. Het is evenwel volstrekt niet onmogelijk dat we in Kees den eigennaam moeten zienNdl. Wdb. VII, 723, waar ook gewezen wordt op: Zoo komt Harmen in 't wammes; 't Is gedaan met Kaatie en dergelijke. blijkens uitdrukkingen als hupsa Kees, vooruit! Hup zei Kees (in Nkr. I, 19 Mei p. 6) naast Hupsa Kee (in Nkr. VII, 29 Maart, p. 2); het Zaansche wiptem Keesje, gezegd bij het ledigen van een glas; zie no. 70 en vgl. Nav. LXI, 181: Claer is Kees (anno 1637); Harreb. I, 440 b: Klaar is Kees, zei Trijn, en toen hing haar man aan de galg; Klaar is Kees en hij had zijn mutsje weerom; Klaar is Kees, zei de jongen, en hij zag zijn' vaâr hangen; Jong. 71; Nest, 136; Nkr. III, 28 Mrt. p. 5; P.K. 99. In Handelsbl. 20 Mrt. 1913, p. 1 k. 5 avondbl.: Klaar is Cornelis. In A. Jodenh. II, 44: t' Is klaar as Kees, niks wat mankeert; III, 12: ‘Nou’, sprak ze, ‘juffie Bet! t' is klaar as Kees hoor’.(Aanv.) Zie nog Ndl. Wdb. VII, 2004.

2595. Op de wip zitten,

d.i. bij stemmingen den doorslag geven, gebezigd van een groep in een vertegenwoordigend college; ontleend aan het spel van drie kinderen, waarvan twee op de zitplaatsen van een wip gezeten zijn en de derde in het midden van de plank staat, een been aan weerskanten van het steunpunt. Deze derde kan door eigen gewichtsverplaatsing de wip naar een bepaalde zijde doen doorslaan. Vgl. Handelsblad, 19 Juni 1921 (O) p. 9 k. 1: In het algemeen kan gezegd worden, dat bij deze verkiezing de Vrijheidsbond op den wip zat. Ook bij de benoeming van de heeren Ter Haar en Wierdels heeft hij den doorslag gegeven; 14 Mei 1921 (A) p. 2 k. 1: Aangezien dat momenteel de roode fractie op de wip zat, speurde de heer Dresselhuys niet ten onrechte de mogelijkheid van politieke winst voor de linkerzijde; 29 Juni 1921 (O) p. 2 k. 3: Hoe is nu de verhouding in het college? Drie S.D.A.P., drie rechts, en de Vrijheidsbonder op de wip. Is er een mooier positie denkbaar? 6 Juni 1922 (A) p. 1 k. 2: Daarom had hij zich aangesloten bij de Neutrale Kamerfractie, die met haar 7 leden in de linksche oppositie op de wip kwam te zitten; Opr. Haarl. Cour. 16 April 1924 p. 6 k. 1: De Duitsch-Volkischen maken in Thuringen van hun positie op de wip dankbaar gebruik of eigenlijk misbruikVan Dale vermeldt op de wip zitten in den zin van op den schopstoel zitten. Zie no. 2020.. Vgl. eng. to hold the balance.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut