Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

winti - (tussengod)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

winti [tussengod] {1770, maar pas algemeen bekend geworden na 1950} < sranantongo winti [bep. godsdienst, bovennatuurlijk wezen, ook: wind] < engels, nederlands wind. De betekenis zou dan zijn ‘snel en onzichtbaar als de wind’.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

win’ti, 1. (zonder lidw., zonder verbuiging), een Afroamerikaanse godsdienst in Suriname. Winti is een complex geloof in goden, geesten, en magisch-religieuze praktijken bij de Creool* in Suriname (Wooding 155). - 2. (de, -(’s)), hogere god (die niet geneest, maar dat aan lagere goden, obia’s* (3), overlaat). Deze winti* [goden van het aarde-pantheon] zijn op verschillende posten geplaatst en moeten de plantage*, het dorp dus, en de inwoners bewaken en beschermen (Wooding 169). - 3. (de, -(’s)), bovennatuurlijk wezen i.h.a. Die avond zouden de winti’s van de plantage* en van de familie allemaal komen (Dobru 1969: 45); hier o.m.: vooroudergeesten. - 4. bezetenheid (door een god of een geest), trance die daar het gevolg van is. Zie winti* dansen, hebben, krijgen. - Etym.: S, bet. ook ’wind’; volgens Wooding (155) is het verband, dat goden en geesten net als de wind onzichtbaar zijn en zich zeer snel kunnen verplaatsen. - Syn. van 1 wintigodsdienst*, winticultus*. Bet. 2 en 3 geven de overige samenst. hieronder. Opm. i.v.m. 1: Eertijds noemden de negerslaven de vrijmetselaarsloge Concordia te Paramaribo (1770 - heden) ’bakra-winti’ (bakra = blanke) (Teenstra 1835 II: 121).
— : winti dansen (winti danste of danste winti, heeft winti gedanst), een wintidans* uitvoeren. Welnu dan, ik heb bijgewoond, toen men winti danste, dat een man een gloeiend kapmes, dat en half uur in het vuur was geweest, heeft afgelikt, totdat het ijzer geheel bekoeld was (Nahar 1904; 1926: 256). Deze prinses danste winti (Guda 350). Het is de bedoeling dat wij gewoon een beetje* gezellig bij elkaar zitten. Een lied zingen. () Wij zijn hier niet om winti te dansen (Dobru 1969: 44). - Etym.: Zie winti* (4), wintidans*.
— : zie een winti draaien*.
— : winti hebben/krijgen (had, heeft gehad, kreeg, heeft gekregen), door een winti* (2/3) bezeten en daardoor in trance zijn/geraken. Ik zou voor de eerste keer meemaken hoe men winti krijgt (Dobru 1969: 44). - Etym.: Winti* heeft hier bet. 4.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

winti (Sranantongo winti)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

winti tussengod 1770 [Van Donselaar 1989] <Sranantongo

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal