Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

windas - (lier)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

windas [lier] {winda(e)s 1273} middelnederduits windas, middelengels windas < oudnoors vindāss, waarin het tweede lid āss [balk], gotisch ans [idem], dus niet van winden + as.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

windas znw. o., mnl. windas, windaes, mnd. windas, me. windas is een oude ontlening < on. vindāss, waarvan het 2de lid āss ‘balk’ betekent (= got. ans, vgl. mhd. ansboum ‘brugbalk’).

Het fra.woord vindas (reeds ± 1155) gaat terug op on. vindass, maar later werd het nl. opnieuw overgenomen als guindeau, guindal, guindas ‘horizontale kaapstander’ (Valkhoff. 238).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

windas znw., mnl. windas, -aes o. = mnd. windā̆s o., meng. windas. Voor ons taalgevoel uit den stam van winden + as, maar inderdaad van ’t ngerm. woord on. vind-âss (nijsl. ook vindilâss > eng. windlass) m. “windas”, welks tweede lid on. âss m. = got. ans “balk” is. Uit ’t Ndl. fr. guindas.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

windas. Fr. guindas komt al zo vroeg voor, dat ontl. rechtstreeks aan het On. waarschijnlijker is. Mogelijk is fr. vindas, vindau een latere ontl. uit het Ndl. M.Valkhoff Mots français d’or, néerl. 238.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

windas o., gelijk Ndd. id., met anlehnung aan as, uit On. vindáss (De. vindaas), waarin het tweede lid áss = balk, besproken bij achterkeuvelens. Het Mnl. zei nog windaes.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

windas s.nw. Ook wenas.
Toestel waarmee swaar laste opgehys word deur 'n tou meganies of met 'n slinger om 'n silinder te draai.
Uit Ndl. windas (1529).
D. Winde (10de eeu), Eng. windlass (1400).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

windas (Oudnoor(d)s vind-áss)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

windas ‘lier’ -> Frans vindas ‘ankerlier’; Baskisch gindax ‘hijskraan, lier’ ; Esperanto vindaso ‘ankerlier’ ; Papiaments † wyndas ‘lier’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

windas lier 1273 [MNW] <Oudnoor(d)s

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut