Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

wildebras - (wild kind)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

wild bn. ‘ongetemd; woest’; zn. ‘wilde dieren’
Onl. wilthi (bn.) ‘ongetemd (van dieren), woest (van landschap)’ in in UUildiona (onbekende plaats in Groningen) [10e-11e eeuw; Künzel], Thie tier thie êr uuaren ... wilde ‘de dieren die eerst wild waren’ [1151-1200; Reimbibel], over wilde haf ‘over de wilde zee’ [1174; ONW]; mnl. wilt ‘ongetemd; woest’ [1240; Bern.].
Onl. wilt (zn.) ‘wilde dieren’ in wildes huda ‘huiden van (het) wild’ [ca. 1100; Will.]; mnl. wilt in no vlesch no visch no wilt ‘geen vlees, geen vis en geen wild’, Ten wilde wart ‘naar het wild’ [beide 1276-1300; VMNW].
Os. wildi (mnd. wilde, door ontlening nzw. vild); ohd. wildi (nhd. wild); ofri. wilde (nfri. wyld); oe. wilde (ne. wild); on. villr (nzw. in husvill ‘dakloos’); got. wilþeis; alle ‘wild’, on. ook ‘verdwaald’, < pgm. *wilþija- ‘wild’.
In de West-Germaanse talen daarnaast het zelfstandig naamwoord *wilþa-: ohd. wild ‘wild dier’ (nhd. Wild); oe. wild, wildor ‘wild’.
Wrsch. verwant met Proto-Keltisch *weltī- ‘wild, onbebouwd’, waaruit: Welsh gwyllt, gwyll, Oudcornish guill (Cornish gwylls); Oudbretons gueld. Verdere herkomst onduidelijk.
wildebras zn. ‘wild kind’. Nnl. een wilden bras ‘een onbezonnen jongen’ [1701; Marin NF bras], Wildenbras, een wilde jongeling, die naar geene vermaning luistert [1837; iWNT]. Samenstelling van → wild met een onbekend element. Er wordt wel gedacht aan verwantschap met → bras 1 en dan in de betekenis ‘loshangend touw’, maar dat is toch wat vergezocht. Ook het verband met → brassen 2 ‘slempen’ lijkt niet voor de hand te liggen. Misschien is eerder te denken aan verband met wilde rabas ‘wilde onnadenkende meid’ [1784; iWNT] of de wrede rebas ‘de wrede woesteling’ [1535; iWNT] die behoren bij ofra. rabast, rabas ‘kwelgeest, lawaai’. ♦ wildernis zn. ‘rimboe, woestenij’. Mnl. vieftech buenre wildernisse ‘50 bunder woest land’ [1279; VMNW], laten ons worpen in enen cystaern hier in der wildernis ‘laten we hem in een waterput hier in de woestijn gooien’ [1458; MNW-P]. Afleiding van → wild met het achtervoegsel → -nis. De -r- wordt verklaard uit beïnvloeding door woorden als duisternis en hindernis (Van der Sijs 2001, 166-167).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

wildebras [wild kind] {wildenbras 1833} van wild + rabas [woesteling], met metathesis van r.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

wildebras znw. m., eerst na Kiliaen. Het 2de lid is moeilijk te verklaren. FW 796 willen uitgaan van ‘wild slingerende bras’, dus = bras 1, wat al zeer gezocht is. Niet minder onbevredigend is de verbinding met brassen (zo van Lessen, Samengest. Naamw. 1928, 60). — Beachtenswaardig is de verklaring van H. J. Vieu-Kuik Ts 73, 1955, 132-6, die uitgaat van wilde rabas bij Wolff en Deken en van die wrede rebas (1535) en vgl. ofra. rabast, rabat, rabbat, rabas ‘kwelgeest’ en ‘lawaai’; men zou dan metathesis moeten aannemen van wild(e)rabas > wildebras.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

wildebras znw., nog niet bij Kil. Wsch. uit wild + bras I, dus oorspr. = “wild slingerende bras”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

wildebras. Niet waarschijnlijker is de opvatting van v.Lessen Samengest. Naamw. 60: het 2e lid bij brassen (bras II), ospr. bet. ‘wilde brasser’. Kan wildebras misschien gevormd zijn naar vuilebras (waarvan het 2e lid stellig bij bras II behoort), doordat -bras min of meer als suffix werd gevoeld? Overigens bewijzen de jongere bett. van wildvang en wildzang, dat in samenst. met wild gemakkelijk de bet. van het 1e lid gaat overheersen, wat ook de oorsprong van het 2e lid zij.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

wildebras wild kind 1833 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal