Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

wildbraad - (gebraden vlees van wild)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

wildbraad* [gebraden vlees van wild] {wiltbraet [idem] 1253} van wild + middelnederlands brade [kuit, spier, vezel] (vgl. braai), middelhoogduits brate, oudnoors bráð [vlees], middeliers broth [vlees]. Het woord heeft dus niets te maken met braden, maar is voor het gevoel in het middelnl. al aangezien voor een samenstelling daarvan; een geval van volksetymologie.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

braden ww., mnl. brâden (praet. briet). = ohd. brâtan (nhd. braten), os. gi-brâdan, ofri. brêda, ags. bræ̂dan “braden”. Met germ. ð uit idg. dh, of uit t evenals de þ van de verwante woorden ags. bræ̂ð v. “damp, geur, adem” (eng. breath), on. brâð o. “teer”, brâðr “driftig, snel, plotseling”, ohd. brâdam m. “damp, adem, hitte” (nhd. brodem), mnd. brâdem m. “damp”. Van den idg. wortel bhrĕ- “in beweging zijn, bruisen, zieden”, vgl. branden, broeien, broeden, bron. Met t-formans buiten ʼt Germ. lat. fretum “strooming, branding, gebruis, zeeëngte”, fretâle “braadpan”. De afl. van germ. br-, lat. fr- uit idg. mr- en de combinatie met gr. brássō “ik zied, bruis” is ook mogelijk. Mnl. brâde v. m. “kuit, spier, gebraden vleesch”, zuidndl. nog bra, braai(e) “kuit” (nnl. wildbraad o, een reeds mnl. mhd. mnd. voorkomende samenst.), ohd. brâto m. (nhd. braten), brât o., os. brâdo m., mnd. brâde gew. v., ags. bræ̂de v., wgerm. naam voor vleezige deelen van het lichaam (ook in ʼt Rom. overgegaan: mlat. brado enz.) en on. brâð o. “rauw vleesch” zijn van andere afkomst, wellicht met idg. mr- en met murw verwant, maar in ʼt Ohd., Mnd., Mnl. en Ags. komt de bet. “gebraden vleesch” al voor, onder invloed van braden of van een verbaalnomen hierbij.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

wildbraad o.,e lid hetz. als braai.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

wildbraad* gebraden vlees van wild 1253 [CG II1 Gezondh.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal