Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

wijzen - (aanduiden)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

wijzen ww. ‘aanduiden’
Onl. wīsen ‘leiden, wijzen, onderwijzen’ in ande wisda mich ‘en leerde mij’ [ca. 1100; Will.]; mnl. wisen ‘aanwijzen; openbaren, verklaren’ [1240; Bern.], ‘veroordelen’ in Ende ware iemen gewiset te ontliuene ‘en als iemand veroordeeld zou zijn tot de dood’ [1253; VMNW], den rechten wech ter hellen wart te wijsen ‘de kortste weg naar de hel te wijzen’ [1434-36; MNW-P]; vnnl. wijsdomme ... wijzen ‘vonnis wijzen’ [1510; iWNT reformatie].
Os. wīsian ‘tonen, wijzen, bekendmaken’ (mnd. wisen); oe. wīsian ‘tonen’; ohd. wīsen ‘bekendmaken’ (nhd. weisen); ofri. wīsa ‘tonen, beleren, gerechtelijk oordelen’ (nfri. wize); < pgm. *wīsijan- ‘beleren, tonen’. Daarnaast staat de vorm pgm. *wīsēn- ‘tonen, wijzen’, waaruit: ofri. wīsa ‘tonen, leiden’; on. vísa (nzw. visa) ‘tonen, aanwijzen’.
Bij de wortel pie. *ueid- ‘zien’ van → weten. De os. en ohd. vormen kunnen zijn afgeleid van → wijs 2. De andere vormen lijken een andere afleiding te zijn. De Nederlandse vorm kan bij allebei behoren.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

wijzen* [aanduiden (met de vinger)] {oudnederlands wison 901-1000, middelnederlands wisen} oudsaksisch, oudengels wisian, oudhoogduits wisen, oudnoors vísa [tonen]; afgeleid van wijs2, dat oorspr. ‘wetend’ betekende, dus: wetend maken.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

wijzen ww., mnl. wîsen (zwak, maar ook reeds st.), os. wīsian ohd. wīsen (nhd. weisen), ofri. wīsa, oe. wīsian, on. vīsa ‘tonen’, eig. ‘wetend maken’. — Afl. van wijs 1.

Daarnaast met de bet. ‘bezoeken’ onfrank. wīson, os. wīson, ohd. wīsōn, got. gaweison, dat hiermee niet identiek is, al zal het wel tot dezelfde wortel behoren; men kan hiermee vergelijken lat. vīso (< *u̯eid-s-ō) ‘bezoeken’, vgl. ook oiers fiad (< *u̯eid-os) ‘coram’, kymr. gwydd ‘aanwezigheid’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

wijs I bnw., mnl. wijs. = (onfr. wîslîco “sapienter”, wîsduom m. “sapientia, scientia”), ohd. wîs (en wîsi, nhd. weise), os. ofri. ags. wîs (eng. wise) “wetend, wijs”, on. vîss “id., gewis”, got. weis in fulla-weis “volkomen”, un-weis “onwetend” e.a. Deelwoordformatie, met weten verwant: idg. *weid-to-, ablautend met wis. Van germ. *wîsa- de factitieve ww. mnl. wîsen (zwak, ook reeds sterk; nnl. wijzen sterk, maar het gewijsde), onfr. wîson, ohd. wîsen (nhd. weisen), os. wîsian, wîson, ofri. wîsa, ags. wîsian, on. vîsa, oorspr. “wetend maken”, dan “toonen” en dgl. bett.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

wijzen o.w., Mnl. wisen, denom. van wijs 2.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

wieze (ww.) wijzen; Vreugmiddelnederlands wisen <1100>.

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

wijzen (wees, heeft gewezen), (ook:) laten zien, (ver)tonen. Richenels vader heeft kleren voor Richenel* gekocht. Heeft u ze niet gezien, m’ma? vroeg zijn moeder. - Hij heeft me ze gewezen, antwoordde ouma* vlak (Vianen 1972: 9). Wijs die Jodenjongens dat onze meisjes beter kunnen shaken dan die van hun. - Geroep: Zowaar, Koning! We zullen ze wijzen! Onze meisjes zijn ook gevaarlijk*! (Helman 1954a: 49). Hij stond daar, rechtop, hoog van gestalte en keek neer na’ d’r. Z’n liefde kon hij zo niet wijzen! (Cairo 1976: 134). - Etym.: In AN veroud.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetensckap en Kuns

wys III: ww., (met d. vinger) aandui, toon; Ndl. wijzen (Mnl. wīsen), Hd. weisen, vgl. Eng. (to) wit (= te wete), hou verb. m. weet en wys I en II.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

wijzen ‘aanduiden (met de vinger)’ -> Negerhollands wies, wis ‘aanduiden (met de vinger)’; Berbice-Nederlands wisi ‘aanduiden (met de vinger)’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

wijzen* aanduiden (met de vinger) 0901-1000 [WPs]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1989. De jongste schepen velt (of wijst) het vonnis.

Men bezigt dit spreekwoord ‘als jonge lieden of kinderen iets beter willen weten dan de ouden en hunne stem met gezag doen gelden’, dus, als zij het hoogste woord voeren. Het spreekwoord is vermoedelijk ontleend aan de gewoonte om den jongsten schepen het eerst zijne stem te doen uitbrengen, zooals voor alle rechterlijke collegiën en krijgsraden was voorgeschreven; ook in den schuttersraad stemde de schutter eerst en daarna de officieren naar hun opklimmenden rang. De jongste schepen velt het vonnis dus niet, doch spreekt het eerst zijn oordeel uit; heeft dit ‘gevolg’, stemmen de andere rechters hiermede in, dan wordt het zijne door de rechtbank uitgesproken. Ook in andere dan schepenen-gerechten heet hij, die het vonnis heeft voor te stellen, de ordelwijzerNdl. Wdb. XI, 103.. Vgl. Cost. v. Rotterdam, a. 15, waar wordt medegedeeld: als de instructie in een crimineele zaak is afgeloopen, belegt de baljuw eene zitting, neemt conclusie ‘ende belast den jonxten schepen mit het vonnisse’ (d.w.z. met het voorstellen van een vonnisMededeelingen der Vereeniging tot uitgave van bronnen van het Oudvaderlandsche Recht, deel IV, bl. 557.; Hooft, Brieven, 547; Huygens, Een wys Hovelingh, vs. 346; Sewel, 701: De jongste schepen spreekt het vonnis, the joungest justice pronounces the sentiment; W. Leevend II, 74; Taalk. Magazijn III, 474; Nieuwe Bijdr. voor Regtsgel. en Wetg. 1853, bl. 273-275 en Van Eijk II, Nal. 31Was in de steden iemand ter dood veroordeeld, dan moest de jongste schepen uitwijzen, door welk soort van dood hij sterven moest; Noordewier, 408 en Cannaert, 11; vgl. ook H. Brunner, Deutsche Rechtsgesch. (1887) I, 175: ‘Auf engen Zusammenhang zwischen Friedlosigkeit und Todesstrafe weist es auch hin, wenn die Satzungen, die letztere androhen, es unterlassen eine bestimmte Todesart auszusprechen, wenn das Urteil schlechtweg auf Tod ohne Angabe der Todesart lautet und wenn es, nach jüngeren Quellen, Befugnis des jüngsten Schöffen oder gar des Henkers ist, die Todesart zu bestimmen’. Hier (in dit bijzondere geval) zou men dus eenigermate kunnen beweren, dat de jongste schepen het vonnis wijst, ofschoon dit in eigenlijken zin reeds door de rechtbank was geschied..

2147. In staat van wijzen verkeeren.

De uitdr. staat van wijzen komt in de 16de eeuw voor bij Kiliaen: Staet van wijsen, status judicii; proces ghestelt in staet van wijsen, controversia profligata, litis agitatio profligata et ad judicationem vergens. Het znw. ‘staat’ heeft hier de beteekenis van ‘toestand’ (vgl. in dien staat van zaken; in goeden staat verkeeren), terwijl men onder ‘wijzen’ moet verstaan ‘vonnissen’.Van dit wijsen, vonnissen, is ook afgeleid het znw. gewijsde, vonnis, dat voorkomt in de uitdr. in kracht van gewijsde gaan, onaantastbaar worden, vooral door het verstrijken van den termijn, voor het aanwenden van gewone middelen van beroep gesteld; Ndl. Wdb. IV, 2094 en R.v. Utr. Gloss. 111. Een wetsvoorstel is dus ‘in staat van wijzen’ als het in dien toestand verkeert, als het zóó is voorbereid, dat men er over kan oordeelen, het genoeg is voorbereid om in 't openbaar behandeld te worden.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut