Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

wijngaard - (plaats voor druiventeelt)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

wijngaard zn. ‘plaats voor druiventeelt’. Onl. unser wingardo ‘onze wijngaard’ [ca. 1100; Will.], Wingardt (plaats bij Maastricht) [1176; Künzel]; mnl. vanden wijngaerde bi brugghe ‘van De Wijngaard (naam van een begijnhof) bij Brugge’ [1270; VMNW], ook wijngaert ‘wijnstok’ [1285; VMNW]. Samenstelling van → wijn en → gaard(e). Zie ook → wingerd.

wingerd zn. ‘wijnstok (Vitis vinifera)’
Onl. wīngardo ‘wijngaard’ [ca. 1100; Will.]; mnl. wijngart ‘id.; wijnstok’, in beide betekenissen als wingart [1240; Bern.], in Uitis dats de wijngart ‘(Latijn) vitis dat is de wingerd’ [1287; VMNW], wijngert bladren, wingert louere [beide 1351; MNW-P].
Hetzelfde woord als wijngaard ‘wijntuin, plaats waar druiven groeien t.b.v. de wijnproductie’, een woord dat in deze betekenis nog steeds voortbestaat en een doorzichtige samenstelling is van → wijn en → gaard. Dit woord kreeg bij uitbreiding al vroeg ook de betekenis ‘druivenboom, wijnstok’. In deze betekenis kreeg het zijn huidige vorm: een korte i door verkorting van ī voor de medeklinkercombinatie ng en door verzwakking van de onbeklemtoonde klinker in het tweede lid en assimilatie n-g > ng. Een vergelijkbare klankontwikkeling is opgetreden in bongerd uit → boomgaard.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

wijngaard [plaats voor druiventeelt] {in de vroegere Limburgse plaatsnaam Wingardt <1176>, wijngaert 1201-1250} oudsaksisch wingardo, oudhoogduits wingart, oudengels wīngeard, oudnoors vīngarðr, gotisch weinagards; gevormd van wijn + gaarde, werd verkort tot wingerd.

wingerd [wijnstok] {wingher ca. 1300} verkort uit wijngaard.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

wijngaard znw. m., mnl. wijngaert, os. wīngardo, ohd. wīngart(o), oe. wīngeard (ne. vineyard), on. vīngarðr, got. weinagards (> osl. vinogradŭ). — Daarvan is een verkorting wingerd, vgl. ook nhd. dial. wingert.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

wijngaard, wingerd znw., mnl. wijngaert (d) m. = ohd. wîngart, wîngarto (nhd. dial. wingert), os. wîngardo, ags. wîngeard (eng. vineyard), on. vîngarðr, got. weinagards (> obg. vinogradŭ) m. “wijnberg, wijngaard”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

wijngaard en wijnstok m., blijkens Go. weinagards, Ohd. wîngart samenst. met wijn.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

wingerd s.nw.
Landery van druiweplante.
Uit Ndl. wingerd (1846), 'n verkorting
van wijngaard (1515). Ndl. wijngaard is 'n samestelling van wijn 'wyn' en gaard 'tuin', m.a.w. 'tuin waar wyn verbou word'. Eerste optekening in vroeë Afr. op 6 Junie 1712 in die samestelling wijngaard stokken (Scholtz 1972: 178), waarna in Afr. by Mansvelt (1884).
D. Weingarten, Eng. vineyard (1340).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetensckap en Kuns

wingerd: – (lit.) wyngaard – , land m. wynstokke; Ndl. wijngaard/wingerd (Mnl. wijngaert), Hd. (veral dial.) wingert, Eng. vineyard, ss. v. wyn (uit Lat. vinum) en gaard(= Lat. hortus), v. boord.

Thematische woordenboeken

K. van Dalen-Oskam & M. Mooijaart (2005), Nieuw bijbels lexicon: woorden en uitdrukkingen uit de bijbel in het Nederlands van nu, uitgebreid met De Nieuwe Bijbelvertaling, Amsterdam

Wijngaard des Heren, de kerk; het christelijk geloof.
Arbeiden resp. arbeider in de wijngaard des Heren, een geestelijk ambt vervullen, resp. iemand die dat doet.

De voorstelling van de kerk of het christendom als wijngaard van God is al oud. We treffen de uitdrukking Gods wijngaard of de wijngaard des Heren in deze betekenis al in het Middelnederlands aan, bijvoorbeeld bij Maerlant, die in Vanden lande van oversee (geschreven in 1291, v. 154-156) de geestelijkheid aanklaagt: 'Met loosheden, met scalkerniën / Machmen comen in Gods wijngaert; / Dus blivet tfruut al onbewaert!' (Met sluwe streken en bedrog kan men in Gods wijngaard komen, en zo zorgt niemand voor de vruchten!). De metafoor is echter niet onmiddellijk zo in de bijbel te vinden. Wel treffen we er het beeld aan van Christus als wijnstok (in het Middelnederlands ook als wijngaard aangeduid), en de gelovigen als wijnranken. Mogelijk is de uitdrukking met arbeiden e.d. beïnvloed door de gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard in Matteüs 20 of die van de onrechtvaardige pachters in Marcus 12.
De figuurlijke uitdrukking, die we na Maerlant in alle volgende eeuwen kunnen vinden, is in het volgende citaat letterlijk toegepast: 'Hij kwam altijd met van die grote gebaren uit de tuin. Zúlke peren, zúlke appels, zwarte bessen als damschijven. Het leek wel of hij in de wijngaard des Heren arbeidde' (J. Wolkers, Alle verhalen, 1981, p. 292). Een eveneens naar de letterlijke betekenis verwijzende verbinding is arbeiden in de wijngaard 'stevig drinken'. Deze is nu verouderd.

Geen echte kunstartiest, god beware me. Een moeizame ploeteraar in de wijngaard des Heren. (R. Kampurt (Campert), Tjeempie! of Liesje in Luiletterland, 1968, p. 136)
[Veroordeling van het Duitsgezinde Vlaanderen:] Wees vol achterdocht / jegens de smeue kitsch van Timmermans, / zijn wijngaard van de lieve heer is $t land / van de SD-Gehilfn die uw bloed begeerden. (J.B. Charles, De gedichten tot 1963, 1963, p. 128)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

wijngaard plaats voor druiventeelt 1100 [Willeram]

wingerd wijnstok 1300 [Claes]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut