Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

wijlen - (overleden)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

wijlen bn. ‘overleden’
Mnl. wilen ‘vroeger’ in da was ein ridder wilen here ‘er was vroeger een ridder’ [1220-40; VMNW], ‘overleden’ in ser johans wif van auennis wilen was ‘de vrouw van wijlen de heer Jan van Avennes’ [1268; VMNW], wijlen onser liever nichten van Bourgoingnen ‘van wijlen onze lieve nicht van Bourgondië’ [1404; MNW].
Os. hwīlon; ohd. (h)wīlon (nhd. weiland) ‘vroeger’; oe. hwilum ‘eens, ooit’; pie. whilom.
Verbogen vorm, wrsch. adverbiale instrumentalis, van het zn. wile ‘tijd, tijdsverloop’, zie → wijl.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

wijlen1* [overleden] {wi(j)len [eertijds, overleden] (bijw. en bn.) 1220-1240} eig. 3e nv. mv. van middelnederlands wijle [tijd, tijdstip, rust] (vgl. wijl1).

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

wijlen

In het Middelnederlands bestond een zelfstandig naamwoord wile: tijd, poos, uur, tijdsduur, dat nog voortleeft in ons werkwoord verwijlen voor: vertoeven. Het Duits kent Weile (eile mit Weile: haast u langzaam), het Engels heeft while (quite a while: een hele poos). Het deftige voegwoord wijl of dewijl voor: omdat is hetzelfde woord. Het is namelijk ontstaan uit di wile dat, hetgeen eerst betekende: gedurende de tijd dat, dus: ter-wijl en daarna: omdat, aangezien. Van dit woord wile nu is de verbogen vorm wilen als bijvoeglijk naamwoord gebruikt in de betekenis: eertijds, vroeger, weleer. In ouder plechtig Duits komt men de daarmee overeenstemmende vorm weiland nog wel eens tegen. In de Lutherbijbel wordt gesproken over: weiland der Prophet Jonas. Voor een persoonsnaam betekent dit wijlen: overleden. Men zegt: wijlen Willem III, wijlen mijn vader.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

wijlen I bnw. Gaat evenals ’t synonieme nhd. weiland terug op mnl. mhd. wîlen “vroeger”, ohd. (h)wîlôn, os. hwîlon bijw. “bijwijlen”, oorspr. dat. mv. van wijle.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

wijlen bijw., Mnl. wilen, Os. hwîlon + Ohd. id. (Mhd. wilen, Nhd. weiland): datief meerv. van wijl 2 = af en toe.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

wij’len: nu wijlen (achter een naam), wijlen (voor een naam). Eén jaar na deze Witte Donderdag en deze Goede Vrijdag woonde de weduwe met haar zes kinderen van meneer Herman nu wijlen, nog op hetzelfde erf* en in hetzelfde huis (C. Ooft 29). - Zie ook: zalig*.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

wyle I: b.nw., oorlede; Ndl. wijlen (Mnl. wīlen, “vroeër”), Hd. weiland (Mhd. wīlen, “vroeër).”

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

wijlen ‘overleden’ -> Fries wilen ‘overleden’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

wijlen* overleden 1220-1240 [CG II1 Aiol]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut