Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

wijer - (molenvijver)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

wijer2 [molenvijver] {wier, wijer, wijher [visvijver, poel] 1201-1250} naast middelnederlands viver(e) [vijver], het eerste een vroege ontlening < latijn vivarium [visvijver], het tweede via frans vivier (vgl. vijver), vgl. oudhoogduits wi(w)ari (hoogduits Weiher).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

wijer ‘(gewestelijk) vijver, waterbekken’ -> Frans dialect † vier, wier, wer, war ‘afsluiting, visbank’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut