Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

wijer - (molenvijver)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

wijer2 [molenvijver] {wier, wijer, wijher [visvijver, poel] 1201-1250} naast middelnederlands viver(e) [vijver], het eerste een vroege ontlening < latijn vivarium [visvijver], het tweede via frans vivier (vgl. vijver), vgl. oudhoogduits wi(w)ari (hoogduits Weiher).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

wijer, weer, wieër, waier, zn.: vijver. Mnl. wiër, wijer ‘visvijver’. Blijkens de w vroeg ontleend aan Lat. vivarium; vgl. D. Weiher. Ook in de Limburgse familienaam Van de Wijer, Wieërs.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

wijer, wijr, wijert, zn.: vijver. Mnl. wiër, wijer ‘visvijver’. Blijkens de w vroeg ontleend aan Lat. vivarium; vgl. D. Weiher. De woordvorm wijer is hoofdzakelijk Limburgs, de familienaam Van de Wijer is hoofdzakelijk Brabants-Limburgs. Zie ook wouwer.

wouwer, zn.: vijver. Mnl. wuwer(e), wouwer ‘(vis)vijver’, Vnnl. wouwer, vijver (Kiliaan). Door bekende wisseling uw/ou (vgl. duwen/douwen) uit Mnl. wuwer, door ronding van de i tot u tussen twee w’s (bilabialen) uit Onl. *wîwere < Germ. *wîwari- < Lat. vivarium ‘vijver’. Zie ook wijer. Familienaam Van de Wouwer = Van de Vijver.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

wijer, wèèr, wouwer vijver (Limburg, Brabant). Evenals hgd. weiher ‘id.’ « lat. vīvārium ‘id.’ (~ lat. vīvus ‘levend’, dus lett.: ‘plaats waar levende dieren gehouden werden’). De vorm wouwer is wschl. een oudere ontlening dan de beide andere vormen.
Crompvoets 183, TT VI 117, De Bo 747, Schols/Linssen 538.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

wijer ‘(gewestelijk) vijver, waterbekken’ -> Frans dialect † vier, wier, wer, war ‘afsluiting, visbank’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal