Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

wiep - (ineengevlochten bos rijshout)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

wiep* [ineengevlochten bos rijshout] {wip(e), wijp(pe) [gevlochten rijswerk, bundel (van stro), fakkel] 1291-1300} nederduits wiepe, oudhoogduits wifa [strowis], engels wipe [wis] (verwant met whip [zweep]), oudnoors veipr [hoofddoek], gotisch waips [krans]; verwant met wippen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut