Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

wiebelen - (wankelen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

wiebelen* [wankelen] {1847} klanknabootsend gevormd, vermoedelijk o.i.v. wiegelen en wippen, wipperen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

wiebelen, wibbelen ww., eerst nnl., typisch klankwoord, met -bb- en wippen met -pp-.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

wiebelen ww., nog niet bij Kil. Onomatop. Dgl. woorden ook elders. Wellicht o.a. onder invloed van wippen en wiegelen ontstaan. Verwantschap met weifelen is minder aannemelijk.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

wiebelen. Op een mnl. *wippelen kan wijzen de geslachtsnaam de Wippeleere (vla., 14e eeuw).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

wiebelen ono.w., + Hgd. id. en wibbeln, Eng. to wabble en to wobble: frequent. van *weven, waarover bij wuiven.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

wiebelen* wankelen 1847 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut