Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

werkelijk - (echt bestaand)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

werkelijk bn. ‘echt bestaand’
Mnl. werkelijc ‘arbeidzaam, kunstvaardig, deugdelijk, tastbaar’ in in werkeliken figuren [13e eeuw; MNW]; nnl. ook ‘echt’ in trok D. zich het bewind van Vlaenderen niet meer werkelyk aen [1845; iWNT].
Afleiding van → werk met het achtervoegsel → -lijk.
Os. werk(e)lik ‘arbeidzaam’; mhd. würk(e)lich, wirkelich ‘werkzaam, flink, werkend’ (nhd. wirkelich ‘echt’); nfri. werklik, wurklik.
In de mystieke geschriften staat werkelijc dikwijls tegenover wezelijc, dan verwijzend naar de ziel (tegenover het wezen). De betekenissen beginnen vanaf het Vroegnieuwnederlands te verwateren van ‘actief, werkend’ tot ‘reëel, echt’.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

werkelijk bnw., mnl. werkelijc ‘tastbaar; (geestelijk) de deugd beoefenend; aan het werk gewijd; kunstvaardig’ (een woord der mystieke literatuur), os. werkelik ‘operosus’, mhd. würk(e)lich (sedert de 13de eeuw in de taal der mystieken). — Afl. van werk 1.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

werkelijk bnw. Bij Kil. = “operosus, mechanicus”, mnl. = “door arbeid bezig gehouden” en “zichtbaar, tastbaar”. Mhd.-md. wirkelich = “werkzaam, flink, werkend”, os. werklîk = “operosus”. De bet. “effectivus” naast andere bett. in den Teuth. Men houdt werkelijk in deze bet. wel voor een vert. van lat. effectîvus.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

werkelijk. Mnl. werkelijc = ‘werkelijk, tastbaar’ en vooral ‘geestelijk werkzaam, deugd beoefenend’; het behoort ospr. tot de mystieke terminologie (vgl. De Vooys Gesch. v.d. N. T. 44).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

werkelijk (Duits wirklich)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

werkelijk ‘echt, feitelijk’ -> Ambons-Maleis wèrlek ‘echt, feitelijk’; Surinaams-Javaans wèrkeleg ‘echt, feitelijk’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal