Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

werf - (wilg)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

werf3* [wilg] {1372-1404} buiten het germ. latijn verber [zweep], grieks ramnos, (< ∗wramnos) [een soort doornstruik], litouws virbas [buigzaam takje], oudkerkslavisch vrĭba [wilg]; van een i.-e. stam die ‘buigen’ betekent, omdat wilgentakken zeer buigzaam zijn.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

werf 2 znw. m. ‘wilg (salix asprea)’, vooral oostnl., mnl. werf, vgl. russ. verba ‘wilgetak’, lit. vir̃bas m. ‘twijg, roede’, gr. rhámnos (< *u̯ṛbnos) ‘soort van dorenstruik’, lat. verbera ‘slagen met een roede’, verbena (< *u̯erbes-na) ‘bladen en twijgjes van laurier of myrthe’; alle duidende op ‘buigzame twijg’ van de idg. wt. *u̯erb, *u̯erbh ‘draaien, buigen’ (IEW 1153). — Zie ook: werpen.

Met nl. kolonisten in de 12de eeuw naar een gebied van de Elbe tot aan het Havelland gebracht, waar werf, werft gebruikt wordt, vgl. Teuchert Sprachreste 216).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

wervelboom, z. waard 1 en cf. synon. zweepboom.

wervelboom, z. waard 1 en cf. synon. zweepboom.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

werf ‘(gewestelijk) wilg’ -> Duits dialect Werft, Werf, Werfel, Werwel ‘wilg’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut