Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

wenden - (een andere richting geven)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

wenden ww. ‘een andere richting geven’
Onl. wenden ‘een andere richting geven’ in Wende thine ougon uone mir ‘wend je ogen van mij af’ [ca. 1100; Will.]; mnl. wenden, soms onovergankelijk ‘draaien, keren, verkeren’ in Al tland wendi vp ende neder ‘heel het land bracht hij in rep en roer’ [1285; VMNW], keren ende wenden tallen uren ‘altijd maar draaien (hier: woelen in bed)’ [1300-50; MNW-R], vaak wederkerend in Ic soude mi gerne derward winden ‘ik zou daar graag heen gaan’ [1300-50; MNW-R], Owe, owe, elende, Waer ich mich henen wende! ‘o wee, o wee, ellende, waarheen ik me ook keer’ [1390-1410; MNW-R].
Os. wendian (mnd. wenden); ohd. wenten, wenden (nhd. wenden); ofri. wenda (nfri. weine); oe. wendan (ne. wend); on. venda (nzw. vända); got. wandjan; alle ‘keren, draaien’, < pgm. *wandjan-, causatief bij → winden.
In talrijke Middelnederlandse vindplaatsen van wenden staat niet de richtingverandering centraal, maar alleen de beweging ergens naar toe. Zie → wandelen voor een vergelijkbare betekenisovergang.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

wenden* [keren] {1276-1300} oudsaksisch wendian, oudhoogduits wenten, oudfries wenda, oudengels wendan, oudnoors venda, gotisch wandjan; causatief van winden.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

wenden ww., mnl. wenden, os. wendian, ohd. wenten, wenden (nhd. wenden), ofri. wenda, oe. wendan, on. venda, got. wandjan; causatief bij winden.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

wenden ww., mnl. wenden. = ohd. wenten, wenden (nhd. wenden), os. wendian, ofri. wenda, ags. wendan, on. venda, got. wandjan “wenden” Causativum bij winden. In sommige talen, o.a.’t Ags., ook = “zich wenden, gaan”; vandaar eng. went “ging”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

wenden o.w., Mnl. id., Os. wendian + Ohd. wenten (Mhd. wenden, Nhd. id.) Ags. wendan (Eng. to wend), Ofri. wenda, On. venda (Zw. vända, De. vende), Go. wandjan: als factitief, van den stam van ʼt enk. imp. van winden.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Wenden van den Germ. wt. wend = draaien, keeren, richten; eigenlijk caus. van winden; dus doen keeren. Zie Wandelen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

wenden ‘keren’ -> Sranantongo weni ‘voortbewegen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

wenden* keren 1100 [Willeram]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut