Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

wellen - (laten koken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

wellen 2 ww. ‘verhitten; weken’
Mnl. wellen ‘verhitten’ in nyemant en zal peck of teer zieden of wellen binnen sinen huyse ‘niemand mag binnenshuis pek of teer vloeibaar maken of verhitten’ [1413; MNW]; vnnl. wellen ‘aaneensmeden (van gloeiende metaalstukken)’ [1546; iWNT], ‘bijna laten koken’ in dat melck wellen ‘de melk tegen de kook aan brengen’ [1573; Thes.].
Mnd. wellen; mhd. wellen; nfri. wâlje, welje, welle; on. vella (nzw. välla); alle ‘verhitten, doen koken’, < pgm. *wall-jan-.
Causatief bij *wellan-, of mogelijk bij *wallan-, beide ‘bruisen, opborrelen, koken’, zie → wellen 1.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

wellen2* [laten koken] {1476-1500} middelnederduits, middelhoogduits wellen, oudnoors vella; causatief bij wallen, oudsaksisch, oudhoogduits wallan, oudfries walla, oudengels weallan [zieden], verwant met walen; de grondbetekenis is ‘het wentelen van het kokende water’ (vgl. walm1).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

wellen 2 ww. ‘doen koken, gloeiende metalen aaneenhameren’, mnl. mnd. mhd. wellen, on. vella is een causatief van germ. *wallan ‘koken’, waarvoor zie: walm 1.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

wellen II “doen koken, gloeiende metalen aaneenhameren”, reeds mnl. = mhd. mnd. wellen, on. vella “id.”. Causativum van mnl. wallen enz. (zie bij walm).

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

wellen (doen koken), ook ags. wiellan ‘id.’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

wellen 2 ono.w. (opkoken), causat. van wallen.

wellen 3 o.w. (bij smeden), + Eng. to weld, Zw. válla, De. vælde: hetz. als wellen 2.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

wel III: sweis; Ndl. wellen, blb. later gespesialiseerde bet. v. ww. by wel I, d.w.s. aaneensmee deur verhitting, vgl. Eng. weld.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

wellen* laten koken, verhitten 1476-1500 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut