Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

wei - (restvloeistof bij het kaasmaken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

wei zn. ‘restvloeistof bij het kaasmaken’
Mnl. wej ‘wei, restvloeistof bij kaasmaken’ [1240; VMNW], wit ... alse wey [1351; MNW-P].
Mnd. wei; nfri. waai; oe. hwæg (ne. whey); < pgm. *hwaja- ‘wei’. Daarnaast staat de vorm *huja-, die in het Nederlands in de westelijke dialecten tot de vorm hui ‘wei’ heeft geleid: mnl. hoey [1477; MNW]; vnnl. hoy [1573; MNW], huy, hoy [1599; Kil.].
Herkomst onzeker, waarschijnlijk bij een wortel die ‘gisten, zuur worden’ betekent, en dan verwant met Oudkerkslavisch kvasŭ ‘zure drank’, kysąti ‘zuur worden’ < pie. *kuHs-.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

wei* [restvloeistof bij kaasmaken] {wey ca. 1330} ablautend bij hui.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

wei 2 znw. v. ‘na afscheiding van de kaasstof overgebleven zoute vloeistof’, zaans waai, ouder-noordholl. wei, fri. waei. — Zie verder: hui.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

wei I (hui). Zie hui. Zaansch waai, ouder-N.Holl. wei, fri. waei zijn o.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

wei 1 v. (zure melk), Mnl. id. + Ags. hwæg (Eng. whey), Fri. waey: z. hui.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1wei s.nw.
1. Waterdeel wat ná kaasmakery oorbly. 2. Waterdeel van bloed.
Uit Ndl. wei (1546 in bet. 1, 1744 in bet. 2).
Eng. whey (725).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

wei I: watergedeelte v. melk; Ndl. wei (Mnl. wei), Eng. whey, hou verb. m. Ndl. hui en m. Ndl./Afr. kaas, ontln. aan Lat. caseus, v. kês.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

wei* restvloeistof bij kaasmaken 1330 [Claes]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut