Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

weerwolf - (mens die zich in een wolf kan veranderen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

weerwolf zn. ‘mens die zich in een wolf kan veranderen’
Mnl. werwolf in Dat een werwolf was de man Ende dat hi die beesten van Dien dorpe hadde verbeten ‘dat de man een weerwolf was en dat hij de beesten in het dorp had doodgebeten’ [1340-60; MNW-R], weerwolf [ca. 1483; MNW].
Samenstelling van een Germaans woord voor ‘man’ en → wolf.
Mnd. warwulf (en vandaar door ontlening nzw. varulf enz.); mhd. werwolf (nhd. Werwolf); nfri. wearwolf; oe. werewulf (ne. werewolf); < pgm. *wera-wulfa-. Het woord is via Oudnormandisch garulf ‘weerwolf’ [12e eeuw; FEW] ontleend als Frans garou ‘id.’, met een verduidelijkend eerste lid ook wel loup-garou.
Uit pgm. *wera- ‘man’: onl. wer; os. wer; ohd. wer; ofri. wer-; oe. wer; on. verr (nzw. dial. in värbror ‘zwager’); got. wair. Zie ook → wereld.
Pgm. *wera-, door a-umlaut uit ouder *wira-, is verwant met: Latijn vir ‘man’ (Frans); Sanskrit vīrá- ‘man, held’; Avestisch vīra- ‘man, mens’; Litouws výras ‘man, echtgenoot’; Oudiers fer; Tochaars A wir ‘jong’; < pie. *ui(H)ro- ‘man, jonge man’.
De legendarische voorstelling van een mens die 's nachts soms in een bloeddorstige wolf verandert, is al zeer oud. Al bij de Griekse geschiedschrijver Herodotos (5e eeuw v. Chr.) komt de weerwolf voor, als lukánthrōpos ‘weerwolf’, letterlijk ‘wolfmens’, uit lúkos ‘wolf’, verwant met → wolf, en ánthropos ‘mens’, zie → antropologie.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

weerwolf* [mens die zich in wolf verandert] {1350} middelhoogduits werwolf, oudengels werewulf; eigenlijk ‘manwolf’, want het eerste lid is oudsaksisch, oudhoogduits, oudengels wer, oudnoors verr, gotisch wair [man]; buiten het germ. latijn vir [man], oudiers fer, litouws vyras, oudindisch vīra- [held, man met bijzondere vermogens]; vgl. grieks lukanthrōpos [lett.: wolfman] en bretons den bleiz [idem] → wolf1.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

weerwolf

Een weerwolf is een man die zich gedurende de nacht in wolvengedaante vertoont en die dan bijzonder gevaarlijk is. Het woord is samengesteld uit de delen weer en wolf. Het woord weer vindt men overigens in het Nederlands alleen terug in weergeld, dat is de boete die men moest betalen voor het doden van een man. Klaarblijkelijk betekent weer dus: man. Het is voortgekomen uit het Gotische wair uitgesproken wèr en het correspondeert met het Latijnse vir.

Het eigenaardige van de samenstelling is dat het geheel aanduidt dat iemand zowel is wat het eerste deel als wat het tweede uitdrukt. Een weerwolf is dus zowel man als wolf. Andere voorbeelden van zulke samenstellingen zijn: moedermaagd, Koningin-moeder en hereboer.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

weerwolf znw. m., mnl. weerwolf, werwolf, mnd. werwulf, warwulf, warwolf, laat-ohd. werwolf (vgl. Burchard von Worms ± 1000: mensen kunnen zich volgens het bijgeloof in wolven veranderen, quos vulgaris stultitia werwolf vocat), oe. wer(e)wulf (ne. werwolf). Uit het mnd. stammen nog nde. værulf, nnoorw. varulv, nzw. varulv. — Het 1ste lid is een oud woord voor ‘man’: os. ohd. oe. wer, on. verr, got. wair < germ. *wera *wiro: lat. vir ‘man’, oiers fer, kymr. gwr ‘man’, toch. A wir ‘jong’ en abl. *wīro: oi. vira- ‘man, held’, lit. výras, lett. wīrs skyth. oiór (beter *oiro-?) ‘άνδρα’ (Herodotus 4, 110), vgl. IEW 1177-8). Men verbindt verder met de in lat. vis ‘kracht’ voorhanden idg. wt. *u̯ei waarvoor zie: weide. — Uit het germ. nog overgenomen in mlat. guerulfus, normand. garwalf (12. eeuw), fra. loup-garou (en dit weer nagebootst in on. vargulfr (alleen in de uit het Frans vertaalde Strenleikar).

Het geloof in weerwolven is reeds oud; Herodotus vertelt het reeds van de Skythen; de Grieken noemden ze lukánthropos, vgl. lat. versipellis ‘die een andere huid aanneemt’, osl. vlŭkodlakŭ ‘wolfpels’ (te vergelijken met de naam on. uldheðnar voor de berserkir).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

weerwolf znw., reeds mnl. = ohd. wërwolf (bij Burchard van Worms, ± 1000; nhd. werwolf), mnd. wërwulf, warwulf, -wolf, laat-ags. wër(e)wulf m. “weerwolf”, letterlijk “man-wolf” (vgl. gr. lukánthrōpos) evenals weer-geld “man-geld”. ’t Eerste lid = ohd. os. ags. wër, on. vërr, got. waír m. “man”, alg.-germ. *wera- uit *wira-, idg. *wiro-, waarvan ook ier. fer, lat. vir “id.”; met ablaut lit. výras “id.”, oi. vîrá- “id., held”, met ĭ of î tocharisch wiṟ “man” (misschien bij lat. vîs, gr. (w)ī- “kracht”, oi. váyas- “levenskracht, jeugd”, waarbij wellicht ook ier. ara fie dom “het ligt in mijn macht”). Uit ’t Germ. mlat. guerulfus, norm. (12. eeuw) garwalf, fr. (loup-)garou “weerwolf”. On. vargr, vargulfr m. “id.” is wsch. een vervormd leenwoord; de. varulv, zw. varulf “id.” uit ’t Ndd.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

weerwolf. Tegen de gangbare etymologie zijn wel — niet doorslaande —
bezwaren geuit, het laatst door v.Lessen Samengest. Naamw. 32 vlg.
Ier. ara fie dom blijft beter onvermeld.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

weerwolf m., Mnl. id., + Mhd. werwolf (Nhd. id.), Ags. werewulf (Eng. werwolf): voor het eerste lid z. weergeld. Hieruit Fr. garou, duidelijkheidshalve tot loup-garou gemaakt.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

weerwolf s.nw.
1. Mens wat volgens legende in 'n wolf verander en dan op roof uitgaan. 2. Woeste mens. 3. Gevlekte hiëna. 4. Maanhaarjakkals.
In bet. 1 en 2 uit Ndl. weerwolf (al Mnl. in bet. 1, 1710 in bet. 2), 'n samestelling van weer 'geringskattende benaming vir 'n manlike persoon' en wolf 'wolf', dus het dit oorspr. 'manwolf' beteken. Bet. 3 en 4 het in Afr. self ontwikkel. Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).
D. Werwolf (11de eeu), Eng. werewolf (ongeveer 1000 in bet. 1).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

weer IV [+]: in kompo., v. weergeld en weerwolf I en II.

weerwolf I [+]: (hist.) mitiese menswolf; Ndl. weerwolf (Mnl. weer-/werwolf, by Kil weer-/waer-/weyr-/wederwolf), Hd. werwolf, Eng. wer(e)wolf (ouer wer(e)wulf), oor verbg. vgl. Nor.-Fr. garwalf/-wolf (Fr. loup-garu), Ll. guerulfus en Gr. lukánthrōpos, hou verb. m. weer IV soos in weergeld (q.v.) en wolf (q.v.); vLes 32-3 trek etim. v. weer en volgorde v. verbg. in twyfel, maar vlgs. vHae “niet doorslaande”.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Weergeld, letterlijk: man-geld: het geld, de boete op manslag; van ’t Os. wer = man, Lat. vir. Evenzoo: weerwolf = wolf in mannengedaante, een spook.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

weerwolf ‘mens die zich in wolf verandert’ -> Deens varulv ‘mens die zich in wolf verandert’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors varulv ‘mens die zich in wolf verandert’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds varulv ‘mens die zich in wolf verandert’ (uit Nederlands of Nederduits); Frans garou ‘mens die zich in wolf verandert’ Frankisch; Negerhollands wēwulf, werewolf ‘mens die zich in wolf verandert’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

weerwolf* mens die zich in wolf verandert 1165 [Rey]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut