Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

weerleggen - (tegenspreken)

Etymologische (standaard)werken

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† we(d)erleggen ww. In de tegenw. bet. reeds mnl., nog niet mhd. mnd.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

weerlê ww.
Bewys dat iets nie waar is nie.
Uit Ndl. wederleggen (al Mnl.), 'n samestelling van weder 'teen' en leggen 'aantoon'. Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).
D. widerleggen.

Hosted by Meertens Instituut