Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

weer - (terug, opnieuw)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

weer 1 bw. ‘opnieuw’
Onl. wither (vz.) ‘tegen’ in fan hendi uuither uuitut uuirkindes ‘van degene die tegen de wet handelt’ [10e eeuw; W.Ps.], vuchtan wither mer ‘vochten tegen mij’, behuodent wither then divuel ‘beschermen tegen de duivel’ [beide ca. 1100; Will.], withero (bw.) ‘terug, opnieuw’ in uuithere brahtos mi ‘bracht (jij) mij terug’ [10e eeuw; W.Ps.], wie scal ich hine withere anegeduon? ‘hoe zou ik het (overkleed) weer aandoen?’ [ca. 1100; Will.]; mnl. weder (vz. en bw.) ‘terug, achteruit; opnieuw’ in Die weder ter wereld willen keren ‘die willen terugkeren naar de wereld’ [1236; VMNW], doe hi weder quam uan iherusalem ‘toen hij terugkwam uit Jeruzalem’ [1237; VMNW], dat de here van den lande wilde weder diken dat lant ‘dat de landsheer het land wilde herbedijken’ [1260; VMNW], weer in Waerom dat sij ... De philistijnen weer ontboot ‘waarom zij de Filistijnen weer ontbood’ [1285; CG II].
Os. wiđar (mnd. wed(d)er); ohd. widar (nhd. wieder (bw.), wider (vz.); ofri. wither (nfri. wer(-), wjer-); oe. wiðer; on. viðr (nzw. veder- in sms.); got. wiþra; < pgm. *wiþra-. Het gaat bij alle genoemde Oudgermaanse woorden om een voorzetsel dat ‘tegen, tegenover e.d.’ betekent; de West-Germaanse fungeren ook als bijwoord ‘in tegenspraak, tegemoet e.d.’. In de continentaal West-Germaanse talen is bovendien al vroeg een afgeleide bijwoordelijke betekenis ‘tegen de richting in, terug’ en vandaar ‘opnieuw’ ontstaan.
In sommige talen ontstond naast de lange vorm uit pgm. *wiþra- een korte voorzetselvorm: os. wiđ; oe. wiþ (ne. with); on. við (nzw. vid); oorspr. ‘tegen, tegenover e.d.’, met een latere betekenisovergang naar ‘bij’ en vooral ‘met’ (Engels) of ‘bij, naast; nabij’ (Noord-Germaans).
Pgm. *wiþra- gaat terug op pie. *(d)ui-tero- (IEW 1176) en is verwant met: Sanskrit vitarám ‘verder’; Avestisch vītarəm ‘zijwaarts, terzijde’. Hierin is pie. *-tero- (IEW 37) een achtervoegsel dat een tegenstelling aangaf, als in → achter, → ander, → ieder, wrsch. ook in → neer, en zie de leenwoorden → contra en → et cetera. Pie. *ui- ‘uit elkaar’ (uit *dui- ‘in tweeën’) heeft geleid tot Sanskrit ví- ‘uit elkaar’, Avestisch vi- ‘id., terzijde’ en de afleidingen Latijn vitium ‘gebrek’, Litouws vìsas ‘alle’ en Oudkerkslavisch vĭsĭ ‘al(les)’.
Als voorzetsel is we(d)er ‘tegen’ reeds lang verouderd, maar in sommige samenstellingen is deze betekenis nog herkenbaar, bijv. in weerstaan ‘bestrijden, tegengaan’, weerspreken ‘tegenspreken’, weerleggen ‘id.’, weerspannig ‘zich verzettend, tegenstrevend’, wederrechtelijk ‘in strijd met het recht’, weerzin ‘tegenzin, afkeer’. Als bijwoord betekende we(d)er vroeger - zoals nu nog in het West-Vlaams - zowel ‘terug’ als ‘opnieuw’, maar de eerstgenoemde betekenis komt eveneens alleen nog voor in vaste verbindingen, bijv. heen en weer, over en weer, en in samenstellingen, bijv. weerhaak ‘haakje met punt in tegengestelde richting met die van het voorwerp waaraan het zit’, weerklinken ‘terugklinken’, weerschijnen ‘terugschijnen, terugspiegelen’, weerspiegelen ‘id.’, en zie nog → weerga. De gewone huidige betekenis van weer ‘opnieuw’ is in samenstellingen juist weinig frequent; voorbeelden zijn weerzien ‘opnieuw ontmoeten’ en wederopbouw ‘herbouw’, maar gebruikelijker in deze betekenis is het voorvoegsel → her-. Betekenisinvloed van het Duits is in sommige gevallen niet uit te sluiten, bijv. in weergeven, weerbarstig (WNT).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

weder2*, weer [terug] {oudnederlands wither 901-1000, middelnederlands we(d)er [weder, terug, tegen]} oudfries wither, oudsaksisch withar, oudhoogduits widar, oudengels wiðer, oudnoors viðr, gotisch wiþra; buiten het germ. avestisch vītaram [zijwaarts], oudindisch vitaram [verder], oudkerkslavisch vŭtorŭ [tweede]; vgl. oudindisch vi-, avestisch vi- [uiteen, apart].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

weer 5 bnw. samentrekking van weder 2.

weder 2, weer bijw., mnl. weder, weer ‘weder, terug, tegen’, als voorz. ‘tegen’, onfrank. wither, withir ‘tegen-, weer-’, os. withar, ohd. widar (nhd. wieder, wider), ofri. wither bijw. voorz. ‘weer, terug, tegen’, oe. wiðer, on. viðr bijw. voorz., got. wiþra voorz., in samenstell. ‘tegen’. Een kortere vorm is os. with, ofri. with (withe), oe. wið (ne. with), on. við. Daarnaast nog de bijvorm mnl. wēdere, onfrank. withere ‘weder, terug’, ohd. widari ‘weder, terug, tegen’, oe. wið(e)re ‘tegen’. — Eig. een vergr. trap vgl. oi. vitaram ‘verder’, av. vītarǝm ‘zijwaarts’.

Men verbindt dit woord met de idg. wt. *u̯ī̆ ‘uit elkander, in tweeën’, vgl. oi. ví- ‘uit elkaar’, av. vi- ‘uit elkander; afzijds, gescheiden van’, lat. vitium (< *u̯i-ti-om) ‘gebrek’ (IEW 1175-6).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

weder II bijw., mnl. wēder (weer) “weder, terug, tegen”, als voorz. “tegen” (en verwante bett.). = onfr. wither-, -ir- “tegen-, weer-” (in samenst.), ohd. widar (nhd. wieder, wider), os. withar, ofri. wither bijw. voorz. “weer, terug, tegen”, ags. wiðer bijw. voorz. (bijna uitsluitend in samenst.), on. viðr bijw. voorz., got. wiþra voorz. en in samenst. bijw. “tegen” (en verwante bett.). Hiernaast met dgl. bet. een korter os. with, ofri. with (en withe), ags. wið (eng. with), on. við. De mnl. bijvorm wēdere = onfr. withere “weder, terug”, ohd. widari “id., tegen”, ags. wið(e)re “tegen”. Comparatief-formatie bij idg. *wī̆ (oi. , av. vī̆ “uiteen”) evenals oi. vítara-, av. vîtara- “verder”, als bijw. oi. vitarám “verder”, av. vîtarǝm “zijwaarts”. De grondvorm van den korteren vorm is onzeker. Hij is wsch. een jongere formatie naast den r-vorm. Zie nog wijd.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

weder 4 bijw. (opnieuw), hetz. als weder (z.d.w.). Een ander woord is Mnl., Hgd. weder = of: z. ieder.

weder- 3 praefix (tegen), Mnl. id., Onfra. wither, Os. withar + Ohd. widar (Mhd. wider, Nhd. wider = tegen, wieder = opnieuw), Ags. wiđer en wiđ (Eng. with), Ofri. wither, On. viđr, Go. wiþra = tegen, tegemoet, opnieuw + Skr. vitaram, Av. vītarəm = zijwaarts: compar. (cf. neder) bij Skr., Av. vi = uiteen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1weer bw.
1. Ter aanduiding van 'n vae tydsbegrip of die terugkeer na 'n vroeëre uitgangspunt of toestand. 2. Nog 'n keer. 3. Terug.
Uit Ndl. weer (1502 in bet. 1, 1503 in bet. 2, 2de helfte van 16de eeu in bet. 3). Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).
D. wieder.

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

weer vw., (ook:) nog, ook nog. Dan zijn er weer de soorten [slangen] die op de grond jagen en zich eveneens in de bomen voortbewegen (Heyde 1978: 76).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

weer III: – weder (veral in kompo. soos wedergeboorte, wederom naas weersiens) – , bw., nogmaals; Ndl. weder/weer (Mnl. weder/weer, by vRieb weder/weer, blb. met neiging tot vorme met d), Hd. wieder, soos in wiederaufbau, wiedergeburt.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

weer ‘opnieuw’ -> Negerhollands weer ‘opnieuw’; Berbice-Nederlands were ‘opnieuw’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

weder, weer* bijwoord van tijd: opnieuw 0901-1000 [WPs]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut