Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

week - (zacht)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

week 2 bn. ‘zacht’
Onl. alleen de afleiding wēken ‘zacht worden’ in Geuueicoda sint uuort sin in ouir olig ‘zijn woorden zijn zachter geworden dan olie’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. weech ‘zacht’ [1240; VMNW], weke eiere ‘zacht gekookte eieren’ [1253; VMNW], ofti werdet so weec ‘als hij zo zacht wordt’ [1287; VMNW].
Os. wēk ‘zacht’; ohd. weih ‘zacht’ (nhd. weich); ofri. wāk ‘week, zachtmoedig’ (nfri. weak); oe. wāc ‘zacht, toegeeflijk’ (de ne. vorm weak komt uit het on.); on. veikr ‘week, zwak’; < pgm. *waika- ‘zacht’.
Met ablaut gevormd bij de wortel van het ww.wijken, dus eigenlijk ‘wat terugwijkt, meegeeft’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

week2* [zacht] {weec(k) 1201-1250} oudsaksisch wēk, oudhoogduits weih, oudengels wāc, oudnoors veikr; van wijken.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

week 2 bnw., mnl. weec, os. wēk, ohd. weih (nhd. weich), oe. wāk, on. veikr (ouder veykr < *waikwa-), waaruit ne. dial. waik, ne. weak. — oi. vējati ‘terugwijken’, lit. vigrùs, vìglas ‘snel’, lett. vìegls ‘gemakkelijk’ (IEW 1130). — Zie ook: wijken.

De overweging ten volle waard is de opvatting van J. Trier Lehm 1951, 44-45, dat het woord uit het begripsveld van het vlechtwerk van een huiswand te verklaren zou zijn; ‘week’ is enerzijds ‘buigzaam’ (van de twijgen, waarmee gevlochten wordt), anderzijds ‘kneedbaar’ (van de leem die tot bekleding van de wand dient).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

week II bnw., mnl. weec. = ohd. weih (nhd. weich), os. wêk, (ofri. wêkian “emarcescere”), ags. wâc, on. veikr (en veykr; uit ’t Noorsch eng. weak) “week, slap, zwak”. Bij wijken.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

week 2 bijv.(niet hard), Mnl. weec, Os. wêk + Ohd. weih (Mhd. weich, Nhd. id.), Ags. wák, On. veikr, (Zw. vek, De. veg): van denz. stam als ʼt enk. imp. van wijken, dus = wie of wat achteruitwijkt. Eng. weak is ontleend aan ʼt On.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

weik (bn.) week; Vreugmiddelnederlands weech <1240>.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

2week b.nw.
1. Sag. 2. (minder gebruiklik) Swak. 3. Teergevoelig.
Uit Ndl. week (1573 in bet. 1, 1582 in bet. 2, 1611 in bet. 3). Ndl. week is verwant aan wijken 'wyk', na aanleiding daarvan dat die verharde toestand van iets voor die versagting daarvan die wyk neem. Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).
Eng. weak (1366).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

week II: b.nw. en bw., sag; teergevoelig; Ndl. week (Mnl. weec), Hd. weich, Eng. weak; hierby ww. Ndl. we(e)ken (Mnl. weken), Hd. weichen, Eng. weaken, hou verb. m. Ndl. wijken, Afr. wyk, “padgee; teruggaan” – hoofs. Germ. – vgl. ook gebr. as s.nw. by Trig (lRo DLT 268).

Thematische woordenboeken

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

week. In de 17de eeuw werd de formule bij Gods Heilige Week vaak verbasterd tot gans weken en werd het een uitroep. Ook is aangetroffen in de vertaling van de werken van Rabelais [1682] gants ellef weeken. In ellef hoeven wij niet per se een verbastering van heilig te zien. Telwoorden worden ook regelmatig gebruikt als substituut of verdoezelaar. → eleweke(n0, vijf.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

week* zacht 1240 [Bern.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut