Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

weefsel - (geweven stof)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

weven ww. ‘draden e.d. dooreenvlechten’
Mnl. weven in weuen ‘weven’ [1240; Bern.]; geweuen een getrachte ‘een list beraamd’ [1270; VMNW].
Mnd. weven; ohd. weban (nhd. weben); ofri. weva (nfri. weve, weevje); oe. wefan (ne. weave); on. vefa (nzw. väva); alle ‘weven, vlechten’, < pgm. *weban-.
Verwant met: Grieks huphaínein ‘weven’; Sanskrit ūrṇa-vā́bhi ‘spin’, letterlijk ‘wol-weefster’, unap- ‘bindt samen’; Perzisch bāftan ‘weven’; Albanees venj ‘ik weef’; bij de wortel pie. *uebh- ‘weven, vlechten’ (LIV 658).
Zie ook → wafel, → web en → wesp, die op afleidingen van dezelfde wortel teruggaan.
weefsel zn. ‘geweven stof’. Mnl. wefsel [1477; Teuth.]; vnnl. weefsel(e) in Het inweefsele, het gaeren datmen int webbe weuet ‘de inslag, het garen dat men in de schering weeft’ [1552; iWNT web], 't Hooveerdigh weefsel van haer sleepkeurs ‘de prachtige stof van haar slepend opperkleed’ [1620; iWNT], ook ‘samenhangend geheel van dierlijke of plantaardige cellen’ in Het (d.w.z. de huid) is een weefzel, bestaande uit ... [1690; iWNT]. Afleiding van weven met het achtervoegsel → -sel.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

weefsel* [geweven stof] {1477} gevormd van weven, met een achtervoegsel dat ook voorkomt in voedsel, raadsel.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

weefsel znw. o., eerst na Kiliaen, gevormd van weven.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

weefsel znw. o., niet bij Kil., niet mhd. mnd. Wel in den Teuth. Van weven.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

weefsel s.nw.
1. Iets wat geweef is. 2. Verwikkelde samevoeging. 3. Groeisel van dierlike of plantaardige selle.
Uit Ndl. weefsel (1562 in bet. 1, 1774 in bet. 2, 1788 in bet. 3).
Eng. weave (1581 in bet. 1).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

weefsel* geweven stof 1477 [Teuth.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut