Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

wede - (kreupelhout)

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

wede 'bos, kreupelhout'
Het toponymisch grondwoord onl. wido, widu, wede, mnl. wede 'bos, kreupelhout', os. wiðu, oe. wiðu, wuðu, ohd. witu, ono. viðr heeft betrekking op een bos dat geriefshout levert. In Engelse plaatsnamen treedt wiðu, ne. wood op in samenstelling met diverse boomnamen, zoals berk, beuk, es, hazelaar, ijf, linde en wilg. De ontwikkeling van wede tot wedde in de Groningse plaatsnamen → Onstwedde, →Vlachtwedde en → Wedde is ook in Westfalen bekend: Borgwedde (Dld) < 1090 Burgwide. Ten onrechte in verband gebracht met wedde < *waþja- 'ondiepte, doorwaadbare plaats'1. Oudste attestatie in plaatsnamen: 855 ingevoegd ca. 890 kopie 9e of begin 10e eeuw Coluuidum 'houtskoolbos' (→ Koudum). Als gebiedsnaam in de omgeving van de rivier de Merwede: 1018 Mircwidu, 1021-1024 kopie 11e eeuw in silva Meriwido, ca. 1040 Mereweda, een samenstelling van onl. widu 'bos, kreupelhout' en mere 'meer, breed water'2. De naam van de rivier is ontleend aan de gebiedsnaam en wordt al vermeld in 877 kopie 1422 piscariam in Meruada3.
Lit. 1De Vries 1946 177, 2Künzel e.a. 1989 249v, 3Idem 250.

Hosted by Meertens Instituut